Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

danig, dat liet onderste nasale quadrant in het distale deel ervan vertegenwoordigd is.

Indien centripetale vezels uit het onderste nasale cornea-quadrant tot ver distaalwaarts in de medulla doordringen, dan wordt het resultaat van het bovenstaande experiment begrijpelijk.

Er pleit daarvoor meer. Vooreerst is met die meening in overeenstemming de wijze, waarop secundaire vezels naar de kern van den N. facialis ontaarden, zoodra de bulbaire tractus spinalis N. V vernield wordt.

Bezit men een geslaagd praeparaat, waarin de tractus spino-cerebellaris ventralis niet of nauwelijks is geraakten waarbij dus geen of weinig complicaties aanwezig zijn, die het gevolg zijn der ontaarding van andere in centripetale richting te gronde gegane stelsels, dan leert het M a r c h i-praeparaat een bepaalde groep zwart gekleurde vezeltjes kennen, die in proximale richting gaan en te vinden zijn in een langs den medialen rand van den tractus spinalis gerangschikt vrij omvangrijk veld.

Die vezeltjes vindt men aanvankelijk (dicht bij de operatieplaats) in de meer mediaal geplaatste bundeltjes der fibrae concomitantes, welke in den nucleus sensibilis b loopen. Geleidelijk wijken zij uit in het veld der formatio reticularis lateralis, dat mediaal aan den tractus spinalis, dorsaal aan den bundel van Gowers grenst en ten slotte gaan zij over in een bepaalde afdeeling van den nucleus N. facialis.

In fig. 215 is er een teekening van gegeven.

Zij is afkomstig van een konijn, dat 17 dagen na afsnijding van den bulbairen tractus spinalis werd gedood.

Wimperreflex en knipreflex na steken in de voorhoofdshuid waren te niet gegaan, het corneareflex was van het onderste quadrant uit niet op te wekken en in dat quadrant was een oppervlakkig ulcus corneae. Daarentegen bestonden alle lipreflexen ongestoord. In fig. '215,1. is een snede geteekend dicht bij de plaats der verwonding en proximaal ervan. De dorsale spino-cerebellaire baan (fig. 215. tr. sp. c. d.) is dan vrij volledig gedegenereerd. Slechts enkele vezels worden ontaard gevonden in de ventrale spino-cerebellaire baan (tr. sp. c. v.). Dorsaal van het veld, dat door den laatstgenoemden bundel wordt ingenomen, maken zich in het M a r c li i-praeparaat, zwart gekleurde vezeltjes los uit ontaarde fibrae concomitantes (f. conc. tr. sp.). Van deze bundeltjes voeren de meeste, vooral de mediale, één of meer ontaarde vezels. Die vezels wijken terzijde en nemen plaats in het vrij uitgestrekte, mediaal van den tractus gelegen, veld (fig. 215, ]. /?).

Wordt het distale einde der kern van den N. VII getroffen (fig. 215, 2) dan is het gedegenereerde veld nog beter te overzien. De ontaarde vezels van den bundel van Gowers (fig. 215, 2 tr. sp. c. v.) zijn dan ventraalwaarts gekomen.

Dorsaal ervan en mediaal van den tractus spinalis N. \ liggen zij in een veld. dat onsreveer zoo «root is, als de doorsnede der facialis-

Sluiten