Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nasale quadrant der cornea geen kniprefiex is op te wekken. In het vorig experiment, waar de tractus oppervlakkig was vernield en het corneareflex behouden, ontaardt zij niet.

Dit is dus een krachtige argumentatie om deze baan aansprakelijk te stellen voor de geleiding van een deel van het corneareflex. De distale reflexbaan voor het corneareflex heeft dus een experimenteelen grondslag.

Er bestaat echter ook een proximale reflexbaan voor dit kniprefiex. Deze baan kan onder toevallige omstandigheden zichtbaar worden gemaakt.

Onder velerlei pogingen om den tractus spinalis N. V op verschillende hoogten te vernielen, gelukte het ook om een steek in de medulla oblongata eener kat zoodanig aan te brengen, dat zij tusschen kern en wortel van den N. facialis en tractus spinalis N. V indrong, zonder een van beiden te raken. Wel reikte de wond zoo hoog dat de motorische kern van den N. trigeminus er door vernietigd werd.

De klinische gevolgen van deze steek waren, dat onmiddellijk na de operatie de pupil nauw werd, dat cornea-, wimper- en steekreflex onmiddellijk en blijvend waren verdwenen, dat er aan de zijde der operatie motorische trigeminusverlamming bestond, maar dat daarentegen weder alle reflexen der lippen waren behouden. Geen keratitis.

De anatomische gevolgen ervan zijn, voorzoover zij ons hier belang inboezemen, in fig. 217 geteekend.

De steek dringt proximaal van de facialiskern (fig. 217 N. 6) in het veld van Monakow, gaat tusschen oliva superior en radix N. facialis door (fig. 217, 5 en 4) zonder dien wortel te raken.

Zij loopt langs den disto-medialen rand ervan, maar deert hem niet.

Proximaal van den wortel dringt de steek dieper in, loopt langs den bovenrand ervan, gaat in ietwat laterale richting dorsaal en klieft den nucleus motorius N. V (fig. 217, 3 en 2) in tweeën. De radix N. facialis is niet gedegenereerd. Ook de tractus spinalis raakt de steek nergens en er is evenmin sprake van eenige degeneratie in dien bundel in distale richting.

Wel dwingt zij, terwijl zij door het veld van Monakow gaat, verschillende bundels tot degeneratie en wel:

a. Den tractus rubro-spinalis. Deze wordt (in fig. 217, 5) doorsneden en is als een gedegenereerd veld zichtbaar in alle distaal ervan vallende sneden (fig. 217, 6—9 tr. r. sp.).

b. Den tractus spino-cerebellaris ventralis. Deze wordt (in fig. 217, G) doorsneden, degenereert proximaalwaarts en kan in alle proximale sneden (fig. 217, 5 1. tr. sp. c. v.) tot aan zijn afwijken naar het brachium conjunctivum gevolgd worden.

c. Het corpus trapezoides. Dit is partieel doorsneden in fig. 217, fi.

Bovendien wordt de oliva superior geraakt (fig. 217, 5 en 4).

Er is dus een degeneratie in het centrale stuk van het corpus trapezoides, die naar de tegengestelde zijde der medulla oblongata gaat (fig. 217, 6—1 c. tr.) en die wij hier laten rusten.

Sluiten