Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar de steek voorts in den nucleus motorius N. V. indringt, is, gelijk vanzelf spreekt, de radix motoria N. V. (fig. 217, 3) in periphere richting nagenoeg volkomen ontaard.

Afgezien van deze degeneratie, ziet men, dat zich (in fig. 217, 2) mediaal van de steek (bij x) een veld van gedegenereerde vezels losmaakt. Dit veld («) is nog even proximaal van de snede te vinden (fig. 217, 1). Het schijnt daar in tweeën gesplitst.

Een deel ervan ligt direct tegen de centrale grijze stof aan. In sneden die even hooger vallen is dit degeneratieveld verdwenen.

Distaal van den nucleus masticatorius slaan de gedegenereerde vezels een ventro-laterale richting (fig. 217, 3 en 4) in. Zij worden dan scheef getroffen. Vervolgens komen zij weer samen in een veld, dat dorsaal van de oliva superior ligt (fig. 217, 5, 6), loopen in dit veld in distale richting en gaan naar de dorsale afdeeling van den nucleus N. facialis, waarin (fig. 217, 7—9) zij eindigen.

Dit is de proximale reflexbaan voor het corneareflex van den N. trigeminus.

Er bestaan dus zeer bepaalde verbindingen tusschen de kernen van den tractus spinalis en den nucleus N. facialis. Een distale baan loopt van de bulbaire tractus spinalis omhoog, een proximale baan loopt van het proximale deel van den tractus spinalis naar omlaag. Beiden bereiken de dorsale afdeeling der facialiskern. Slechts een zeer klein deel der proximale baan loopt vlak onder het ependyma van den vierden ventrikel. (Zie fig. 217, 1.) Het grootere deel loopt in een veld, dat dorsaal van de oliva superior ligt. Tegenover deze anatomische gegevens, die vermoedelijk ook bij menschen gelden (zie straks), wordt de beteekenis der cornea-areflexis veel moeilijker te beoordeelen. Cornea-areflexie behoeft dus geenszins een verschijnsel te zijn, dat uitsluitend wordt gevonden bij pontine aandoeningen. Het kan ook voorkomen bij bulbaire stoornissen. Het schijnt mij toe, dat deze opvatting ook veel meer in overeenstemming is met de bestaande klinische gegevens. Wanneer men de cornea-areflexie als een verschijnsel beschouwt, dat uitsluitend eigen is aan laesies in de meest distale étage van het tegmentum pontis, dan komt men in moeilijkheden. Reeds bij de waardeering van dit verschijnsel bij bruggehoek-tumoren, is het duidelijk, dat ook bij bulbaire aandoeningen cornea-areflexie ontstaan kan.

Van den nucleus gelatinosus gaan de secundaire reflexwegen voor de cornea niet uit. Hij kan vernield zijn, zonder dat het corneareflex is opgeheven en dan degenereeren zij niet (tig. 214). Evenmin als het stratum gelatinosum der formatio Rolando in het ruggemerg aanleiding geeft tot degeneratie van reflexbanen, zoolang de terminale cellen niet te gronde zijn gegaan, evenmin doet dit de nucleus gelatinosus tracti spinalis, zoolang de nucleus sensibilis b gespaard blijft.

Resumeert men dus den inhoud dezer paragraaf, dan kan men zeggen: eenigermate zijn ons de reflexbewegingen voor het kauwreflex en het corneareflex bekend. Voor de kliniek is het van belang, te weten,

Sluiten