Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerngroep van de mediale kerngroep scheidt, diffuus uiteengespreid tot aan de stria dorsalis toe.

Ontaarde vezels gaan, vooral in de medio-dorsale afdeeling van de ventrale kern over (fig. 219, 5 bij /?), maar ook in de mediale kerngroep.

De ventrale kern, en wel de hoofdkern er van, wordt dus dorsaal en ventraal vergezeld van secundaire trigeminusvezels. Vooral in het mediale gedeelte er van geven zij hun vezels er aan af en de dorsale haan voorziet bovendien de aangrenzende afdeeling (de c-kern) van den nucleus medialis thalami.

Summa summarum gaan er dus van den tractus spinalis twee lange banen naar het diencephalon, die groote overeenkomst met elkander vertoonen.

De ventrale loopt met de secundaire proprio-receptieve vezels der extremiteiten naar den nucleus ventralis thalami.

Zij voorziet de medio-ventrale afdeeling dier kern van vezels, terwijl de extremiteiten-vezels bij voorkeur in het laterale gedeelte ervan eindigen.

Geheel van haar gescheiden loopt de dorsale baan, die echter naar hetzelfde eindpunt streeft en de medio-dorsale afdeeling der ventrale kern en het daaraan grenzende deel van den nucleus medialis thalami van vezels voorziet.

De onderstelling, dat beide trigeminusbanen de proprio-receptieve impulsen uit het trigeminusgebied omhoog voeren, ligt voor de hand, en na de voorafgegane uiteenzettingen is er wel nauwelijks een andere opvatting over deze banen denkbaar.

Opmerkelijk echter is het gevolg, dat verkregen wordt bij de studie der secundaire degeneraties, welke volgen op splijting der raphe in de middellijn. Uit den aard der zaak vindt men, wanneer die splijting in het gebied proximaal van en in het bereik der nuclei N. N. hypoglossi plaats vindt, beiderzijds beide secundaire trigeminusbanen gedegenereerd. Dan echter komt een gebied, waar de N. N. octavi binnentreden, waar raphesplijting nauwelijks door degeneratie van deze secundaire trigeminusbanen gevolgd wordt. Veel sterker wordt weer die degeneratie, als de splijting in een meer proximaal niveau plaats vindt, namelijk in het niveau van den trigeminusoorsprong. Dan komt daarbij een flinke hoeveelheid vezels, die van het proximale einde van den nucleus sensibilis a uitgaan en de dorsale raphe kruisen. (Wallenberg's proximale dorsale trigeminusbaan). Het schijnt, alsof de nucleus sensibilis a aan zijn distale en aan zijn proximale einde deze vezels uitzendt, en daartusschen in slechts weinig.

Dit is in verband met de oorsprongskernen dezer banen in den tractus sjjinalis van zeer groot belang.

Immers het staat vast — zooals wij weldra zullen zien — dat de groote cellen uit de eilandjes van den nucleus sensibilis a van den tractus spinalis N. Y. de oorsprongscellen zijn voor de dorsale baan van den N. trigeminus. Voor een kleiner deel voegen zich misschien daarbij wel vezels uit de meest proximale cellen van den nucleus cuneatus. Deze

Sluiten