Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaan van den gekruisten nucleus sensibilis a na een congenitalen schorshaard beschreven en onbegrijpelijk schijnt het, dat men dit sedert lang bekende feit niet tot uitgangspunt heeft gemaakt van een studie naar de innige verwantschap, die er tusschen den nucleus cuneatus en den nucleus sensibilis a van den tractus spinalis bestaat.

Het experimenteele bewijs voor de stelling, dat de achterstrengkernen en de sensiebele a-kern van den tractus spinalis N. V kernen van denzelfden aard zijn, is bij het konijn gemakkelijk te leveren. Daarvoor is noodig, dat men bij dit dier een dag na de geboorte, éénzijdig de frontale helft deihersenschors wegneemt en na langen tijd, bijv. na een jaar, het centrale zenuwstelsel bewerkt. Men heeft dan, ofschoon de omstandigheden veel minder gunstig liggen, dan wanneer (waarover straks) de ventro-mediale kerngroepen primair zijn vernield, ongeveer hetzelfde voor zich als Hösel bij zijn idiote voor zich heeft gezien. In dergelijke gevallen gaan, gekruist aan de operatie, zoowel de achterstrengkernen als de nucleus sensibilis a van den tractus spinalis gedeeltelijk te niet.

Ter toelichting is in fig. 220 een schorsdefect van bovengenoemden omvang bij het konijn afgebeeld. Slechts twee horizontale sneden door de hemisphaer van het dier zijn geteekend. Men kan daaruit beoordeelen hoe groot ongeveer het rechtszijdige experimenteele defect is geweest. Bij dien omvang der laesie kan men met zekerheid voorspellen, dat alle groote cellen in den gekruisten nucleus sensibilis a te gronde zullen gaan. Daarmee is niet gezegd, dat de primaire vernieling, wil dit resultaat bereikt worden, niet meer beperkt mag zijn. Bij veel kleinere defecten in het middelste gedeelte der laterale hersenschors werd nagenoeg hetzelfde gezien. Wil men echter, dat het verlies van groote cellen in de sensiebele trige minuskern volkomen zij, dan is het noodzakelijk, dat de primair aangebrachte schorsverwonding ten gevolge heeft: de totale atrophie van den nucleus medialis thalami en der medio-ventrale afdeeling van den nucleus ventralis thalami. Dit gebeurt echter alleen dan, wanneer er tevens een deel van de mediale mantelvlakte wordt verwijderd.

Inderdaad is bij het dier, van hetwelk in fig. 220 B de teekening is gegeven eener horizontale door het midden van den thalamus gaande hersendoorsnede, de atrophie der genoemde thalamuskernen rechts volkomen. Voorzoover men uit één enkele, met thionine gekleurde, snede daaromtrent een oordeel vellen kan, is zij in die figuur duidelijk zichtbaar.

Het middenste gedeelte van den thalamus is te niet gegaan. Zenuwcellen komen er niet in voor. Een deel der mediale kern (de c-afdeeling) en de hoofdkern (a-kern) van den nucleus ventralis is verdwenen en vervangen door glia-weefsel, dat zich intensief met thionine kleurt en dit geldt overal, zooals meer ventrale sneden bewijzen. Bovendien zijn in dit geval de nuclei anteriores en een deel van den nucleus lateralis thalami tot atrophie gebracht. Voor het hier gestelde doel doet dit evenwel niet af.

Daarvoor is alleen van gewicht, dat het gedeelte van het diencephalon,

Sluiten