Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Zie hen gezegd is bij de geleiding der aanrakingsimpulsen, geldt ook voor den nucleus gelatinosus. Maar deze kern blijft het eerste extero-receptieve ontvangstation.

II. De nucleus sensibilis b van den tractus spinalis N. V zendt zijne impulsen verder in een lange fijnvezelige baan, die zich bij den tractus spino-thalamicus voegt, als deze den lemniscus lateralis heeft bereikt. Gelijk de tractus spino-thalamicus zich ontwikkelt uit de terminale cellen van het stratum spongiosum van den achterhoorn, zoo maken zich deze fijne vezels uit de spongieuse nucleus sensibilis b los, loopen na korter of langer verblijf in fibrae concomitantes via de raphe, die zij ventraal kruisen, naaiden lateralen lemniscus. Met dezen bereiken zij de laterale afdeeling van den thalamus daar, waar de stria medullaris ventraal aan de stria dorsalis stoot en bereiken voor een deel de laterale kern. Uit hooger niveau ontsprongen, voegen zich daarbij, maar meer mediaal blijvend, de eveneens ventraal zich kruisende vezels van Wallenberg's „Trigeminus-schleife".

Die vezels zijn, in den hier verdedigden gedachtengang, de secundaire geleiders van intero-receptieve impulsen. Zij zijn hier voor een deel (vezels uit het slijmvlies) zelfstandig geworden (pijnlijke, slecht gelocaliseerde, impulsen).

Maar evenals langs den spino-thalamischen bundel extero-receptieve en intero-receptieve impulsen van de achterwortels (daar nog niet van elkander te onderscheiden) te zamen met de omhoog geworpen seinen der zich in de pars intermedia medullae afspelende reflexen (vaatreflexen) naar het diencephalon worden geleid, zoo geschiedt dit ook uit het huidgebied van den N. trigeminus. Wordt de tractus spino-thalamicus, ten gevolge dezer bijeenvoeging, de geleider van de aan pijnlijke en thermische sensaties verbonden aanrakingswaarneming, de fijnvezelige trigeminusbaan vervult voor het huidgebied van den N. V dezelfde rol.

Het verschil tusschen tractus spino-thalamicus en fijnvezelige trigeminusbaan is, dat langs de laatstgenoemde zoowel de aanrakings- plus pijn- en thermische impulsen uit de huid als geïsoleerde pijnlijke impulsen uit slijmvliezen en tanden bewust kunnen worden.

III. De nucleus sensibilis a. van den tractus spinalis N. V is, evenals de achterstrengkernen, het ontvangstation der proprio-receptieve impulsen. Hij zendt, na verwerking dezer impulsen, in de dorsale secundaire trigeminusbaan de kinaesthesie uit tong, kaak- en oogspieren omhoog. De nucleus cuneatus (in zijn medio-proximale deel) is het ontvangstation der proprio-receptieve impulsen, die van de bovenste halssegmenten gaan, en hij zendt langs de ventrale secundaire trigeminusbaan de kinaesthesie uit tong- en halsspieren verder. Tevens vinden de met kinaesthesie verbonden aanrakingsimpulsen langs die wegen hun projectie naar het diencephalon (Deel I, p. 235).

De vorige paragraaf was in hoofdzaak gewijd aan de uiteenzetting der overeenkomst en der verschillen, die er bestonden tusschen de secundaire

Sluiten