Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

proprio-receptieve wegen van nucleus sensibilis a. en van achterstrengkernen. Langs beide gaan aanrakingsimpulsen van anderen aard dan de pijnlijke verder en op dezelfde gronden, welke bij debespreking der lichaamskinaesthesie werden uiteengezet.

Uit dezen gedachtengang is dan liet schema voortgekomen, dat in fig. 226 is weergegeven. Om het niet noodeloos te compliceeren is echter de ons reeds bekende tractus spino-thalamicus weggelaten. De tractus spinalis is buiten de medulla oblongata geplaatst, de beide lange ascendeerende banen zijn rood aangegeven en de rehexbanen voor het kauw- en knipreflex zwart.

d. Het schorsveld van liet stelsel van den

N. trigeminus. De minder bekende secundaire cerebellairc en lange centrifugale geleidingswegen.

De wijze, waarop de trigeminusimpulsen in de kernen van het diencephalon aankomen, opent ook enkele gezichtspunten voor de beteekenis dier kernen.

De secundaire proprio-receptieve vezels zijn in de stria medullaris ventralis zoodanig geplaatst, dat de geleiders der meest proximaal ontsprongen impulsen (nucleus sensibilis a) het meest mediaal, die der distaal volgende (nucleus cuneatus) iets meer lateraal en die der onderste ledematen (nucleus gracilis) het meest lateraal zijn te vinden. Die rangschikking is een gevolg van de plaatsing, die in de primaire ontvangkernen was voorbereid.

Nog meer lateraal van de secundaire proprio-receptieve (kinaesthetische) impulsen, komen de vezels voor de intero-receptieve impulsen aan. Maar ook in mediale richting grijpen de geleiders der pijn-thermische impulsen waarschijnlijk ver over de plaats, die de eerstgenoemde innemen. W a 11 e n b e r g's fijnvezelige afdeeling blijft mediaal geplaatst en zonder twijfel gaat een groot

Fig. '226.

Schema van de beide secundaire banen, die van den nucleus sensibilis a, naar het diencephalon gaan.

■.. JH

Sluiten