Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doelen in onderscheiden. Als oudste van hen komt in aanmerking het proprio-receptieve stelsel van den N. trigeminus met den nucleus sensibilis a. als de primaire ontvangkern. Later ontstaan de proprio-receptieve stelsels van de exstremiteiten, die hun primaire kernen in den nucleus cuneatus en gracilis der medulla oblongata bezitten.

De primaire kernen van dit jongere stelsel zijn of reeds een deel van liet kopzenuwstelsel óf naar het kopeinde van het ruggemerg verschoven. Zij vertegenwoordigen dan reeds vele distale segmentgroepen. Hun secundaire wegen, die in den lemniscus geplaatst zijn, voeren naar het gekruiste hersenhalfrond.

Naast deze twee ons reeds min of meer bekende proprio-receptieve stelsels is er echter een ander stelsel, het oudste van allen. Het heeft zich in onmiddellijke aansluiting aan het intero-receptieve stelsel voor de voedselwerking ontwikkeld. Het is tevens tot innige samenwerking met de beide jongeren voorbeschikt en kan later tot op zekere hoogte de leiding hunner functie op zich nemen, maar van meet af aan staat het in nauwe betrekking tot de voedselopneming.

Het is een bij uitstek proprio-receptief zintuig. Bij alle hoogere dieren wordt het gevonden in de beide zenuwstelsels van den N. octavus, ofschoon deze zenuw op grond van ontwikkelingsgeschiedenis en van vergelijkende anatomie als een huidzenuw bij uitnemendheid moet worden beschouwd. Het is niet zoo vreemd als het op den eersten aanblik schijnt, dat aan het kopeinde van het dier, juist die proprio-receptieve eindorganen, die overal in het lichaam en ook in of vlak onder de huid worden aangetroffen een zeer groote differentiatie bereiken en derhalve aan een huidzenuw gebonden blijven. Misschien zelfs is het wel juist dit zintuig waarvan de proprioreceptieve functie is uitgegaan. Want voor het in het water levende, nog zeer eenvoudig georganiseerde wezen, was het een noodzakelijkheid te noemen, dat ook huidorganen met proprio-receptieve functie lol grooter zelfstandigheid moesten komen.

Voor zulk een dier, dat zijn voedsel zwevend in het omgevend medium vond, was het van groot belang om iedere watertrilling, rythmisch of niet rythmisch, waardoor het lichaam verplaatst werd, onmiddellijk te kunnen beantwoorden met een daaraan aangepaste verandering in stand van het lichaam. Was dit niet mogelijk, dan dreigde het gevaar, dat dit dier door elke waterverplaatsing, hoe gering ook, meegevoerd werd en buiten het bereik van zijn voedsel kwam. Voor de voedselopneming was het een levensvraag, dat dit niet kon gebeuren.

Naast organen voor verwerking van reeds verkregen voedsel, was even noodig een orgaan, dat de schokken in de vloeibare omgeving in die mate kon dempen, dat een gewenschten stand voor voedselopneming kon worden behouden, een orgaan, dat tevens in staat was om langs reflectorischen weg, dien stand terug te geven, wanneer die schokken reeds tot lichaamsverplaatsing mochten hebben gevoerd.

Sluiten