Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van liet beenig labyrinth, waaraan liet door het ligamentum a-n-nnlare van de voetplaat verbonden is.

Door die keten van gehoorbeentjes, die in fig. *231 naar een teekening van Gegenbauer is afgebeeld, staat het trommelvlies dwars door de trommelholte heen in verbinding met haar medialen wand.

De mediale wand der trommelholte is evenwel de wand, waartegen het beenig labyrinth grenst en hij wordt om die reden als labyrinth wand ol' parics labyrinthicus cavi tympani beschreven. Zij vormt het topvlak van het schematisch verticaalstaand prisma, waarmee de tronimelholtè vergeleken wordt.

Inderdaad wanneer men bij den mensch het trommelvlies en de gehoorbeentjes heeft verwijderd, of als men, wat voor den experimentator op het gebied van den N. octavus van groot gewicht is, bij dieren de bulla ossea heeft geopend, dan herkent men in den medialen wand der trommelholte onmiddellijk de vooruitspringende welving, van de onderste slakkenhuiswinding.

Die welving heet het promontorium, en draagt aan haar voorzijde een andere opening van het beenig labyrinth, het ronde venster, de fencstra rotunda of fenestra coclileae.

Door een eigen vliesje, de membrana tympani secundaria wordt het afgesloten en van de trommelholte gescheiden.

Uit de diepte ziet men verder langs het promontorium de N. tyvipanicus of N. Jacobsohnii opduiken en over het promontorium heen ziet men verder in meerdere rijen sympathische zenuwvezels loopen, die uit den plexus earoticus en den plexus tympanicus afkomstig zijn, onder welke men den iV. tympanico-caroticus superior en den N. tympanico-caroticus infcrior kan aantoonen. (Zie hg. 232.)

De door den voetplaat van den stijgbeugel gesloten fenestra vestibuli ligt in een vlak, dat ongeveer loodrecht staat op dat, waarin de fenestra cochleae wordt gevonden. Tusschen beiden in en evenwijdig aan de zichtbare slakkenhuis-winding ligt een groeve, de sinus tympani, begrensd door een beenig uitsteeksel, de eminentia pyramidalis. In de holte door die voorwelving gesloten, bevindt zich de buik van den m. stapedius. Deze dooiden N. facialis geïnnerveerde spier zendt haar fijnen pees door den top der eminentia pyramidalis naar buiten om zich aan het capitulum stapedis vast te zetten. (Fig. 232, tendo m. stap.)

De m. tensor tympani, wiens pees zich aan den processus transversus mallei vasthecht, ziet men in den canalis rnusculo-tubarius gelegen en in die richting is de opening der tuba te vinden. (Fig. 232, can. m. tub.) Boven het promontorium loopt in een grooten boog -de canalis facialis heen langs de voorwelving, die de ampulla van den lateralen booggang tegen den medialen wand der trominelholte maakt. (Fig. 232, can. fac.)

De canalis facialis vormt tevens de grens tegen den smallen bovenwand der trommelholte. Hij is door het tegmen tympani gedekt en heet de

Sluiten