Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij allerlei aandoeningen van het rotsbeen kan de N. facialis verlamd worden en de oorzaak worden van een verlamming van den m. stapedius en van de soms zeer hinderlijke waarneming van hooge bijgeluiden, van tinnitus auditus, omdat zijn antagonist, de m. tensor tympani, het trommelvlies te sterk spant.

Ook de chorda tympani kan in het cavum tympani geïsoleerd vernield worden en zooals reeds bij de bespreking van het smaakzenuwstelsel werd uiteengezet, oorzaak worden eener smaakstoornis op het voorste derde gedeelte der tong.

Ik zou zoo kunnen voortgaan, maar wil er in de laatste plaats op wijzen, dat de keten der gehoorbeentjes, die de verbinding vormen tusschen trommelvlies en labyrinth in de trommelholte ligt.

Luchttrillingen, die het trommelvlies in beweging brengen, brengen tevens de betrekkelijk groote massa dezer keten tot trilling en planten zich dus voort op het vlies, dat de fenestra ovalis afsluit van den inhoud van het beenig labyrinth.

Daarmee zijn de luchttrillingen nog niet tot het eindorgaan van den N. octavus gekomen, want dit ligt binnen in het beenig labyrinth, de labyrinthus osseus. Het vliezig labyynth, de labyrinthus membranaceus, is het samengestelde, met endolymphe gevulde zakje, waarin de vlekken en lijsten der neuro-epitheelcellen zijn gelegen. Deze verzameling van blaasjes en gangen ligt overal omgeven door een vloeistof, de perilymplie, welke met de subdurale lymphruimte samenhangt en van daaruit is op te spuiten.

Dit met perilymphe omgeven eindorgaan wordt door het beenig labyrinth omsloten. Het beenig labyrinth heeft dus niet denzelfden vorm als het vliezig labyrinth.

Bovendien leert men hieruit, dat de langs oorschelp <jn gehoorbeentjes veranderde luchttrillingen nog geenszins direct op het eindorgaan inwerken. Vooraf worden zij omgezet in vloeistof-trillingen, want zooal de voetplaat van den stijgbeugel, het vlies der fenestra ovalis bewegen doet, dan wordt vooralsnog nog alleen verandering gebracht in de perilymphe, die het eindorgaan, het vliezig labyrinth omgeeft. Ook de verhouding van het beenig en vliezig labyrinth, onderling en tot de omgeving, moet dus beschreven worden.

Men maakt zich gemakkelijk een voorloopige voorstelling van de wijze, waarop het beenig labyrinth in het rotsbeen verscholen en geplaatst is, als men een X-photo neemt door een rotsbeen van het menschelijk skelet, nadat het labyrinth met loodpasta is gevuld. Sten vers deed dit en aan een zijner praeparaten is de X-photo ontleend, die in fig. 233 is afgebeeld.

Het rotsbeen werd met behulp eener fijne figuurzaag in schijven gezaagd, de holten van het beenig labyrinth, waarin tijdens het leven het door het skeletteeren vernielde eindorgaan gelegen was, werden met een fijne loodpasta gevuld en ten overvloede werd de malleus met loodpasta bedekt. \ ervolgens werden de beenschijven weer aan elkander gekleefd en

Sluiten