Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meest lateraal geplaatste opening (zie fig. 236 k.), het foramen singulare ontvangt de ramus ampullaris canalis posterioris. De ramus ad maculam sacculi treedt dus meer mediaal dan die voor den achtersten booggang naar binnen.

Nog meer mediaal en beneden de crista, vindt men een spiraalvormig gebogen en uitgehold veld vol kleine gaatjes, de tradus spiralit foraminulosus, waardoor de N. cochlearis in den modiolus van het slakkenhuis dringt (fig. 236).

De meatus acusticus internus wordt op de X-photo in fig. 233 teruggevonden, al ziet men er dan ook niet de détails van. Hij laat de X-stralen door en doet zich voor als een lichter ovaal veld, waaromheen de beenlijst van den porus acusticus internus een lijnschaduw geeft. Het lichte veld wordt in zijn onderste gedeelte door de dichte schaduw van het slakkenhuis bedekt en de vernauwde fundus met de crista teekenen zich als een ander donker ovaaltje in de slakkenhuis-schaduw en even daarboven in het lichte veld van den meatus af. Men herkent echter in de X-photo nog veel meer bijzonderheden van het beenig labyrinth.

Opent men het beenig labyrinth gedeeltelijk — door den wand, die het. foramen vestibuli draagt, zoover te verwijderen dat men in het vestibulum kan zien — en neemt men het vliezig labyrinth door die opening eruit, dan krijgt men een overzicht van het vestibulum, zooals in fig. 234 is gegeven, ontleend aan een teekening uit 1789 van een voortreffelijk praeparator van dit orgaan, van Scarpa. Men ziet dan aan den rand van het foramen vestibuli een beenuitsteeksel, de pyramis vestibuli uitgaan, dat zich op den bodem van het vestibulum voortzet als een beenlijst, de crista vestibuli en het vestibulum in twee groeven deelt, de recessus hemisphaericus of recessus sphaericus (l.) en de recessus hemiellipticus of recessus ellipticus (k.). De eerste holte neemt den sacculus op, de tweede den utriculus.

Op den pyramis vestibuli, welke eigenlijk de naar binnen gekeerde vlakte is van de area vestibularis superior en aan 't begin der crista, vindt men de fijne gaatjes weer, waardoor de takjes van den ramus major N. vestibuli naar het vestibulum gaan. Hier heet dit veld voor intredende zenuwvezels, de macula cribrosa superior. Het strekt zich tot bij den recessus ellipticus uit. Macula utriculi en de twee aan elkaar grenzende ampullen van het verticale en horizontale kanaal ontvangen door die openingen hun vezels. In den bodem van den recessus sphaericus vindt men een dergelijk veld van kleine gaatjes, de macula mbrosa media. Zij zijn de openingen, die beantwoorden aan het mediale deel der area vestibuli i/nferlor en voeren de vezels van den ramus saccularis aan, die de macula van den sacculus sphaericus voorziet.

Maar de crista vestibuli deelt zich, nadat zij de beide recessus heeft gescheiden, vorksgewijze en vormt aldus nog een derde groeve, de receèsus sulciformis of recessus cochlearis, zoo geheeten, omdat zij de in het vestibulum blind eindigende ductus cochlearis opneemt. Meer lateraal vindt men wederom

Sluiten