Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het midden der cochlea, vormt er de as van, en loodrecht op haar zijn de cochleawindingen, bij den mensch 2"/2—23/4 in aantal, gerangschikt. Zij draagt den naam van modiolus cochleae. Ook zij wordt door spongieus vaatrijk beenweefsel gevormd en haar basis is eigenlijk de fundus meati acustici interni. Daar, waar de tractus spiralis foraminulosus zich bevindt, doorboren de vezels van den N. cochlearis den fundus en gaan den modiolus binnen (tig. 238).

Aan zijn top hangt de modiolus samen met den beenigen buitenrand der topwinding en vormt er de lamina modioli.

Aan dien modiolus is de beenige lijst verbonden, die men de lamina spiralis ossea (fig. 236, 237, 238) noemt en die alle slakkenhuiswindingen, onderste, middelste en topwinding in tweeën deelt, behalve in den hoogsten top. Daar eindigt zij tevens in een vrij uitstekend plaatje, de hamulv.t laminae osseae.

Winkler TI. 9

Teekening naar Scarpa (Tab. VIII, fig. II) van de intreding der zenuwen in het labyrinth.

a b.c. = canalis superior, posterior, lateralis. d. = raeatus acusticus internus. e. — N. octavus. f. = N. vestibularis. g. h. i. — ramus major N. vestibularis in h. = ganglion Scarpae in i. = ramus ampullaris canalis superioris, ramus utriculi, ramus ampullaris canalis lateralis welke in a. v. s. = de area vestibuli superior naar binnen gaan. I. = ramus saccularis. k. = ramus ampullaris canalis posterioris, welke in a. v. i. — area vestibularis inferior naar binnen gaat. u. = N. cochlearis die in a. f. c. ' de area cochleae door den tractus spiralis foraminulosus binnengaat, p. = modiolus cochleae, die op den fundus meati rust. I. s. o. - lamina spiralis ossea met de zenuwuitbreiding van den N. cochlearis sc. v. = scala vestibuli. sc. t. = scala tvmpani.

Sluiten