Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jongere cristae ampullarum. Toen een meer beweeglijk hoofd, met het daarin geplaatste zeer beweeglijke dnbbeloog een rol gingen spelen, begonnen zij die bewegingen te registreeren. Daarbij bleven zij in samenwerking en tot op zekere hoogte ondergeschikt aan het reeds door de maculae in tonus gehouden geheel. Binnen den reeds geregelden algemeenen lichaamsstand, werkten zij daarop reflectorisch terug en regelden den stand der oogen en van het hoofd in samenhang er mee (tonische reflexen).

Dit alles is echter uitsluitend een regeling, afhankelijk van prikkels, die afgegeven worden door standswijziging van het lichaam of van een zijner deelen, en die, reflectoriseh terugwerkend, beproeven den oorspronkelijken stand juist terug te geven. Voor bewustwording zijn die reflectorische processen slechts weinig in aanmerking gekomen. Slechts een vaag, weinig helder bewustzijn bezitten wij voor den stand die ons lichaam, ons hoofd of onze oogen in de ruimte innemen. Als gezichts- en tastindrukken zijn buitengesloten bezitten wij een geringe bewustwording daarvan. Hoe voortreffelijk ook dan nog de reflectorische handhaving van een gegeven of verlangden stand van oogen en hoofd ook moge zijn, onze bewustwording er van is vaag.

Rythmische prikkels, zoolang zij niet met lichaamsverplaatsing ge■ paard gaan, spelen tot hiertoe geen rol. Toch werken ook rythmische prikkels in bij de regeling van het statisch geheel, en zij doen het reeds lang voordat er een cochlea bij de dieren te vinden is (intermitteerende reflexen).

Zoodra echter rythmische prikkels een zelfstandige beteekenis erlangen en niet meer noodzakelijk met lichaamsverplaatsing gepaard gaan — iets wat beteekenis krijgt, als het leven buiten het water op het land, aanvangt — dan ontstaan nieuwe regelingsmechanismen en worden ook zulke stooten verwerkt in het geheel van het statisch evenwicht.

Hun verwerking is in de eerste plaats wederom een reflectorische. Rythmische extremiteiten- en rompbewegingen, te voren alleen na rythmische lichaamsverplaatsing mogelijk, worden voortaan ook door rythmische luchtverplaatsingen, door luchttrillingen, dus ook de geluidstrillingen, in het leven geroepen (dansen). Wat echter boven al het andere voor den mensch gewichtig zou worden, was, dat zulke intermitteerende prikkels werden overgebracht naar een spierapparaat, dat eveneens van veel jongeren datum is. De musculatuur van strottenhoofd, tong en lippen, welke tot dien tijd toe slechts luttele beteekenis voor het statisch apparaat had bezeten, wordt dan tevens onder den invloed van dit eihdorgaan gebracht.

En van nog meer beteekenis wordt het, als naast deze nieuw verworven reflectorische eigenschappen en hand aan hand daarmede, de functie van bewustwording tot een hoogeren ontwikkelingstrap opklimt dan die, welke eigen was aan het oudere deel van het eindorgaan en aan de er meê samenwerkende componenten van proprio-receptieven aard.

Toch blijft ook deze functie van dezelfde rangorde als haar oudere zuster. Het zenuwstelsel voor het hooren moet zich wel in innigen samenhang met het zenuwstelsel van het statisch orgaan ontwikkelen.

Sluiten