Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wand der cylindercellen bedekt en door de fibrillen tiisschen de cellen met den grondplexus verbonden is.

Hij is de plexus endolymphaticus. Die plexus blijft niet alleen beperkt tot de plaats waar de hooge cylindercellen ak palissaden in een rij staan en van welke er niet weinigen haren dragen, die wel niet zoo stevig zijn als de haren der cylindercellen der maculae en cristae, maar toch duidelijk

genoeg, zells in den top aer booggang zijn aan te toonen. Zij staan in

samenhang met zeer fijne fibrillen in de endolymphe, waarop straks bij de bespreking der cupula-vorming zal worden teruggekomen, zoodat men in gelukkige gevallen ook een fijn netwerk in de endolymphe kan aan toonen, dat echter niet met den plexus endolymphaticus, maar met de haren der haardragende cellen in den booggang in samenhang is.

Het is waarschijnlijk dat deze plaatselijke verdikkingen in den booggang, een plaatvormigen of streepvormigen vorm bezitten. Ik zal ben met den naam van striae nervosae aanduiden. Zij vertoonen, den meest eenvoudigen bouw, welke de eindorganen in het labyrinth bezitten.

Ook C aj a 1 is door deze plaatselijke zenuweindigingen getroffen en heeft hen schematisch afgebeeld in een teekening, die in fig. 242 is overgenomen.

Deze meest elementaire eindorganen zijn dus betrekkelijk eenvoudig van bouw, maar die bouw werpt een

Fig. 242.

Schema der booggang-innervatie van de

rat, volgens Ramon y Cajal. Overgenomen naar de teekeinng van Fig 232 van Rauber-Kopsch, Lehrbueh der Anatomie.

A. Booggang. B. crista ampullae. C. zenuwvezels naar de crista. D. zenuwvezels, die in de hoogte van den booggang eindigen. n. — bipolaire epitheelcel. b. c. — andere vormen van epitheelcellen.

eigenaardig licht op het innervatie-

schema van het labyrinth. De booggang is, wat zijn innervatie aangaat, te beschouwen als een buis, van welke de binnen- en de buitenwand gevormd wordt door twee met elkander verbonden fibrillennetten. Die buis is door fibrillen opgehangen aan den plexus perilymphaticus en dus aan het beenig labyrinth in een vochtmassa en is zelf met vocht gevuld. Op bepaalde plaatsen van de buis neemt de epitlieliumbekleeding het karakter aan van een plaatje neuro-epitheelcellen en de verbinding met den plexus perilymphaticus is op die plaatsen veel inniger en dichter dan elders. Tevens echter gaat van die plaatsen, van de haren der hoogere cylinders een nieuw

Sluiten