Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twee pijlercellen begrensd. De kern van beiden ligt bij den volwassene (zie fig. 252 en fig. 250) op de membrana basillaris. Daar vindt men tevens de grootste hoeveelheid van het celprotoplasma — de voetplaat der pijlercel, dat overigens overal het lichaam der cel omgeeft. In de cel liggen de stijve draden, die aan den kop der cel, talrijk zijn en dicht bijeen liggen.

De binnenste pijlercel staat steil, het lichaam is dunner dan dat der buitenste. Aan haar kop heeft zij een uitholling, de gewrichisvlakte der pijler-

Fig. 252.

Schema van het orgaan van Corti ontleend aan ITans Held.

I, IT, III. - buitenste cellen van Deiters. 1, 2, 3. = buitenste haarcellen, a. — draden in cellen van Deiters en in de pijlercellen, die tot in de membrana van Corti doorloopen. b. = binnenste haarcel, c. = holte der binnenste cel van Deiters waarin de haarcel rust. d. = ramus cochlearis. r. — plexus spiralis waaruit de rijen der nervi spiralis ontspringen. f. = vas spirale. g en h. — voetplaten der pijlercellen.

cel, en daarboven loopt de kop uit in een lcopplaat, die de buitenste pijlercel ten deele bedekt.

Deze kopplaat vormt een deel der grensmembraan, bedekt de kopplaat van de buitenpijlercel en zendt kleine uitsteeksels terug in de richting van den limbus spiralis, aan weerszijden van de binnenste staafjes of haarcel, die tegen de binnenste pijlercel aanleunt.

Want deze cel, kenbaar aan haar korrelig protoplasma, ook door den bundel haren of% staafjes, die door de grensmembraan heen, in de endolymphe uitsteken, noemt men binnenste haarcel of staafjescel (fig. 252, 251 en 250).

Sluiten