Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij bereikt de basillaire membraan niet, maar wordt gedragen door de binnenste cel van Deiters, die wel op de basillaire membraan rust, en een uitlooper zendt tot de grensmembraan. Zij vormt daarin een dwarsplaat, welke de naar binnen gekeerde uitsteeksels der kopplaat van de binnenpijlercel ontmoet. Aldus wordt een ring gesloten door welke de zooeven genoemde binnenste haarcel, zijn bundel haren in de endolymphe steekt.

De buitenste pijlercel staat veel scheever en haar lichaam is dikker dan de binnenste. Haar kop neemt de gewrichtsvlakte der binnenste pijlercel op en bezit eveneens een buitenwaarts gerichte kopplaat, welke uitloopt in het roer der buitenste pijlercel. Kopplaat en roer zijn deelen der grensmembraan. Het roer is eerst smal en wordt dan plotseling breeder. Door de opening naast de smalle roerkant, gaat de haarbundel der eerste buitenste haarcel.

Het aantal der binnenste pijlercellen is grooter dan dat der buitenste pijlercellen. Het verhoudt zich als 4 tot 3. Er is dus altijd meer dan één gewrichtsvlakte der binnenste pijlercellen in verband met den kop van één buitenste pijlercel.

Tusschen de twee pijlercellen in ligt Corti's tunnel, één der vele in spiraalvorm door het eindorgaan loópende gangen. Want de buitenste pijlercel ligt aan weerskanten vrij en wordt naar buiten begrensd door een dergelijke gang, de ruimte van Nu el, welke door interpilaire spleten tusschen de pijlers door met Corti's tunnel samenhangt. Al die gangen zijn met endolymphe gevuld.

Op den tunnel volgen naar buiten toegaande de bij hoogere zoogdieren meestal in drie rijen gerangschikte buitenste haar- of staafjescellen (fig. 250 hl. h2. h8). Bij den mensch zijn er, in sommige windingen althans, vier (fig. 251).

Zij rusten in uithollingen die de buitenste cellen van Deiters voor hen vrijlaten, en bereiken de membrana basillaris niet. Ook zij bezitten een korrelig protoplasma, steken een bundel haren door de grensmembraan heen. Hun kern ligt nabij de basis der cel en nabij hun top vindt men de door Hensen door een spiraalband omgeven bol, de spiraalklomp van Hen se n. De membrana tectorïa, aan welker vorming één der haren, de zweepdraad der haarcellen, evengoed deelneemt als de zweepdraden der overige cellen van den limbus spiralis, rust op de haarbundels.

De buitenste haarcellen wisselen dus af met de buitenste cellen van Deiters (fig. 250 dl, d 2, d3 fig. 252), welke op de basillaire membraan staan. De top der laatstgenoemden bezit een holte, waarin de haarcel rust. Door hun lichaam heen loopt een stevigen bundel draden (fig. 252 en fig. 253) die tot aan de grensmembraan doorloopen. Daarin vormen de cellen van Deiters ieder een plaatvormig aanhangsel. De haarcellen, welke in hun uithollingen rusten worden door endolymphe omspoeld. Tusschen de meest naar buiten gelegen haarcel en de daaraan sluitende eerste der zeer hooge cellen van Hensen ligt weer een grootere holte, de z.g. buitenste tunnel van Held. Deze tunnel is door de buitenste grensplaat afgesloten van het lumen van

Sluiten