Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan beschouwd als het eindorgaan, dat in staat is om de geluidstrillingen, die door de gehoorsbeentjes op de fenestra ovalis aan de perilymphe waren meegedeeld, op te vangen en te ontleden.

Omtrent de wijze waarop dit geschiedt hebben de allerbèste physiologen hun meeningen geuit.

In een zeer scherpzinnige hypothese sprak Helmholtz de meening uit, dat het eindorgaan de in de perilymphe aanwezige beweging zou overnemen en ontleden, door tusschenkomst van de membrana basillaris.

Dit vlies is aan de zijde der scala tympani met de endothelium-bekleeding der perilymphe bedekt en draagt ongeveer tegenover de binnenste pijlercel de kleine arterie, die als het vas spirale het eindorgaan begeleidt.

Bij sterke vergrooting had echter Hensen in dit vlies sterker lichtbrekende streepen gezien, de striemen van Hensen, die op korten afstand van elkander gelegen, van de habenula perforata af tot in het ligamentum spirale liepen.

In Ilelmholtz' hypothese werd aan die striemen groote beteekenis gehecht. Zij zouden, als snaren fungeerend, de bewegingen der perilymphe kunnen overnemen en bij hun trilling, de haarcellen tegen de membrana tectoria drukken.

Daar de membrana basillaris, naarmate men de topwinding nadert, geleidelijk langer wordt en dus ook' de striemen langer worden, zouden de langere snaren door resonnantie voor de lage en de kortere voor de hooge toonen in aanmerking komen. Het eindorgaan ontvangt dus niet alleen, maar ontleedt tevens de geluidstrillingen, die op de perilymphe zijn overgebracht.

De klinische ervaring leert inderdaad, dat in de hooge winding van het slakkenhuis de lage tonen worden waargenomen. Zelfs leert het experiment, dat dieren die een groot slakkenhuis bezitten, zooals Cavia cobaya (4 windingen), wanneer zij gedurende eenigen tijd worden blootgesteld aan een toon van sterke, maar bepaalde intensiteit, de haarcellen verliezen. Het vernielde deel van het eindorgaan ligt dichter bij den top van het slakkenhuis, naarmate de toon, die de verwoesting teweeg brengt, lager is.

Het geliefkoosde beeld, waaronder men zich om die reden het, in gedachten ontrolde, slakkenhuis voorstelde, is dat eener piano. De lange „Schnecken-Saiten" in den top ontleeden de lage toonen, de korte der basale windingen, de hooge. Elk der striemen van Hensen is voor een bepaalden toon gestemd en kan door resonnantie haar beantwoorden.

Intusschen is de membrana basillaris een buitengemeen, dik, stevig en strakgespannen vlies. Anatomisch gesproken is het niet wel mogelijk, dat het in toto of in een zijner deelen, bewegingen zou kunnen volgen. Ook hebben de striemen van Hensen een andere beteekenis.

Vrij algemeen is om die reden de hypothese van Helmholtz verlaten geworden en neigen de meeste zelfstandige onderzoekers naar de meening over, om niet in de membrana basillaris maar in de membrana Winkler II. ■.

Sluiten