Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dens N. VIII geheeten, en het is grootendeels uit vestibularis-vezels gevormd.

De tractus descendens N. VIII is niet de eenige bundel, die een bepaalde plaats in het corpus juxtarestiforme in beslag neemt. De groep vezelbundels, die hem samenstellen, hebben echter bizondere beteekenis en verschillen van de overige bundels in dit gebied. Is men er eenmaal meê bekend, dan kan men den neerdalenden octavuswortel bij mensch en dier gemakkelijk herkennen en men vindt hem dan ook in de teekeningen der menschelijke medulla oblongata, bijv. in fig. 160, 170, 171, 172 etc. als tr. d. N. VIII overal aangegeven.

In zijn loop in distale richting, wordt hij door den nucleus triangularis, die eveneens tot aan de achterstrengkernen reikt, begeleid. Daarin stralen zijn vezels uit, die onder loodrechte hoeken den hoofdstam verlaten. Tevens echter zullen wij later zien, dat tusschen zijn vezels en mediaal van den hoofdstam nog een tweede kern wordt aangetroffen, die den tractus descendens begeleidt en samenhangt met den nucleus triangularis. Wij onderscheiden deze kern als de eigen kern van den neerdalendm wortel, of als nucleus tracti descendentie N. VIII.

Ook in proximale richting loopen de vezels van den N. vestibularis omhoog en vormen een tractus ascendens N. VIII, een omhooggaanden octavuswortel. Die tractus ascendens is bij het konijn slechts aangeduid, maar toch op scheeve doorsneden (fig. 259 en fig. 260) wel zichtbaar. Bij de kat (fig. 268) is hij veel machtiger. Hij wendt zich in proximo-mediale richting loopend naar den zijwand van den vierden ventrikel. Een deel van zijn vezels vindt daar een einde in een groep cellen van middelbare grootte, welke men de kern van Bechterew noemt. Een ander gedeelte van zijn vezels blijft uitstralen in de proximale afdeeling van de intusschen veel kleiner geworden nucleus triangularis.

Het normale vezelpraeparaat leert ons dus, dat de N. vestibularis, verreweg het grootste deel van zijn vezels zendt.

a. in den nucleus triangularis of nucleus dorsalis N. VIII. Hij bereikt die kern vooreerst in het niveau, waar hij binnenkomt met wortelvezels die er linea recta in overgaan, in de tweede plaats echter distaal en proximaal daarvan door tusschenkomst van den tractus descendens N. VIII en van den tractus ascendens N. VIII. De vezels uit den tractus descendens vinden echter hun einde, behalve in den nucleus triangularis ook

b. in den nucleus tracti descendentis.

De vezels uit den tractus ascendens N. VIII ontspringen echter voor een klein deel uit

c. den nucleus Bechterew.

Ofschoon het konijn een relatief nog eenvoudig cerebellum bezit, toch komen de vezels der beide octavuswortels zoo dicht in de nabijheid van secundaire octavusvezels en van vezels, die uit het cerebellum zijn ontsprongen of daarheen gaan, dat het niet wel doenlijk is om de, bij de binnenkomst der octavuswortels, dooreengestrengelde vezelmassa's van zeer

Sluiten