Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de kerngroep van Deiters, onder welke de zeer groote veelhoekige, geheel onveranderd.

De degeneratie-methode leert dus voor den N. vestibularis een resultaat, dat in overeenstemming is te brengen met hetgeen men in het normale vezelpraeparaat ziet: deze zenuwwortel ontspringt uit den nucleus Bechterew, zendt zijn vezels in den nucleus triangularis en in den nucleus tracti descendentis N. VIII.

Voor de studie van den loop der wortelvezels in het corpus trapezoides gebruiken wij echter deze praeparaten, om de vroeger uiteengezette redenen niet. Tot dit doel leenen zich beter praeparaten, ontleend aan dieren, bij welke een gedeeltelijke labyrinth-exstirpatie is verricht en bij welke het opereerende mes minder dicht bij de medulla oblongata is gekomen. W ant het is bij het konijn niet alleen mogelijk, maar zelfs eenvoudig om op geleide van het promontorium alleen de cochlea weg te nemen.

Men mag zich bij een dergelijke operatie niet voorstellen, dat de inhoud van het vestibulum, dat men tracht te sparen, werkelijk onbeschadigd blijft. Het is nauwelijks denkbaar, dat dit mogelijk zou zijn. Immers de endolvmphe stroomt weg en het vestibulum wordt toch altijd geopend, al tracht men den sacculus niet te beschadigen. Zelfs zal men als men de onderste winding met den modiolus vernielt, tegen den fundus meati auditorii gewoonlijk ook wel het distale ganglion Scarpae kwetsen.

Maar dat alles doet weinig af tegen de principieele beteekenis dezer partieele labyrinth-exstirpaties. Al gaat de inhoud van het vestibulum ook gedeeltelijk verloren, zoolang het proximale ganglion Scarpae ongedeerd blijft, degenereert er in den N. vestibularis buiten de medulla oblongata geen enkele vezel. Bovendien blijft men ver genoeg van het centraal orgaan, om met zekerheid te kunnen zeggen, dat het corpus trapezoides gedurende de operatie onmogelijk beschadigd kan zijn.

Daarom zijn in fig. "261 en in tig. 262 doorsneden geteekend door het verlengde merg van een konijn, 15 dagen na een partieele labyrinth-exstirpatie, na uitlepeling der cochlea.

Fig. 261 treft het door het distale eind van den dorsalen octavuswortel (r.d. N. VIII). De nucleus ventralis is nog niet geraakt, slechts het tuberculum acusticum wordt getroffen. De ontaarde wortelvezels gaan, evenals in fig. 258, langs de area ovalis in Monakow's stria acustica, bereiken het tuberculum, dat zij, op de straks beschreven wijze, in een diepe laag wortelvezels, een middellaag gedegenereerde collateralen, en een degeneratie-vrije oppervlakkige laag, verdeelen. Zij gaan dan voort in de stralingen waarin de stria acustica zich splitst.

Maar een opvallende bizonderheid vertoont dit praeparaat als men het met fig. 258 vergelijkt. Men mist alle ontaarde vezels, die dwars dooide area ovalis heen, naar den tractus descendens N. VIII gaan en die men bij totale exstirpaties van het labyrinth altijd aantreft. Zij zijn dus vezels, die aan den ventralen wortel verwant zijn en aan de dorsale wortelstraling

Sluiten