Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dorsale octavus-kern. Dit gedeelte van den nucleus triangularis is met M a r c h i-korrels bestoven, de rest ervan blijft grootendeels vrij van degeneratie-producten.

Dan gaan enkele gedegenereerde vezels over in de vroeger beschreven (tig. 257, lig. 268) dorsale secundaire octavusbaan van Monakow. Zij doorkruisen in fig. 262 het corpus juxta-restiforme, loopen als boogvezels door het tegmentum en kruisen de raphe ongeveer in het midden. Door twee of drie gedegenereerde vezels is die kruising hier aangeduid (lig. 262, str. dors.). Zij gaan vervolgens verder door het tegmentum der overzijde en verzamelen zich in een dorsaal van de gekruiste bovenolijf gelegen vezelveld, waarop wij in de volgende paragraaf verder ingaan. Enkele vezels dringen in den mergmantel der bovenolijf door.

Eindelijk gaan een paar gedegenereerde vezels over in de vroeger (tig. 256) genoemde intermediaire secundaire octavusbaan van Held. Zij doorkruisen dus het laterale gedeelte van het corpus juxta-restiforme, gaan door den tractus spinalis K V heen in ventrale richting, buigen dan in bijna rechten hoek mediaalwaarts om en kruisen de raphe vlak dorsaal van het corpus trapezoides (zie ook hg. 279). Omdat zij zeer fijne vezels zijn is die kruising gemakkelijk van de trapezoiedkruising te onderscheiden. Zij gaan verder voort en komen in het veld dorsaal van de bovenolijf samen met de vezels van de dorsale octavusbaan en enkele dier vezels komen eveneens in den mergmantel der bovenste olijfkernen te land. In tig. 262 zijn enkele dezer vezels gedegenereerd. Zij zijn in het begin bij de stria acustica en in hun kruising geraakt, het middenstuk der baan is door de snede niet getroffen.

Het heeft dus alle schijn, alsof na partieele labyrintli-exstirpatie enkele gedegenereerde wortels zich voortzetten in de wegen, die wij weldra uitvoerig als secundaire octavusbanen zullen leeren kennen, namelijk in de ventrale baan van Flechsig (corpus trapezoides), in de dorsale baan van Monakow en in de intermediaire baan van Held. Dit is een zeer merkwaardig feit, waarop later, als een der groote moeilijkheden in het octavus-stelsel, de atropliie van de ventrale kern bespreking eischt, zal moeten worden teruggekomen.

Eindelijk is er in fig. 262 nog een bizonderheid zichtbaar. Ofschoon de N. vestibularis buiten het verlengde merg geen ontaarde vezels bevat, worden er toch in de ventrale wortelstraling enkele gedegenereerde vezels aangetroffen, die in den tractus descendens omslaan en hun gewonen loop nemen. Evengoed als dus de ventrale wortelstraling vezels afgeeft, die lateraal van het corpus restiforme in de dorsale wortelstraling overgaan, gaan er van de laatstgenoemde enkele vezels in eerstgenoemde over. Het is naar mijne meêning niet twijfelachtig, dat deze vezels en die, welke uit de dorsale vezelstraling dwars door de area ovalis c. r. heen naar den tractus descendens gaan, meerendeels de vezels zijn, die van den ramus saccularis afkomstig zijn en in het distale ganglion Scarpae onderbroken met den N. cochlearis medegaan.

Sluiten