Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kernen, met een quantitief onderscheid in dien zin, dat de meesten van een bepaald eindorgaan zich naar een bepaalde kern wenden.

De vezels uit Corti's orgaan zouden zich dan in de eerste plaats naar het tuberculum acusticum en naar den nucleus ventralis N. VIII begeven. De vezels uit de macula sacculi naar de ventrale octavuskern, naar het proximale laterale deel van den nucleus triangularis, naar den nucleus tracti descendentis N. VIII, en naar de trapezoied-kern.

De vezels uit de macula utriculi zouden het proximale mediale deel van den nucleus triangularis voorzien en den nucleus tracti descendentis N. VIII. Voor de vezels uit de booggangen blijft dan het distale einde van de triangulaire kern gereserveerd.

Overigens moet worden toegegeven, dat hier nog slechts een begin is aangegeven, slechts een poging is gedaan om tot onderscheiding der centrale wegen der eindorganen te geraken, welke nog niet stelselmatig kan worden doorgevoerd.

De nuclei trapezoides laterales en de nuclei olivaris superiores nemen in dat stelsel een afzonderlijke plaats in, die straks nader bepaald moet worden.

De gekruiste mediale nucleus trapezoides is nog het meest aan de primaire kernen verwant. De nuclei olivares superiores zijn dit in geenen deele. Evenmin behoort de nucleus Dei ter s tot de primaire kernen van den N. octavus.

Wel is dit schema vooruitgeloopen op een vraagstuk, dat eerst in een volgende paragraaf behandeld kan worden. Daar is afgebeeld, dat de N. octavus ook centrifugale en in dat geval autonome zenuwvezels zou bevatten en is de kern van Bechterew aangenomen als de kern, waarin zij hun oorsprong nemen.

Wij zullen later zien, dat daarvoor zeer ernstige gronden pleiten, maar tevens zal er den nadruk op gelegd moeten worden, dat de primaire kernen van den N. octavus buitengemeen samengestelde organen zijn, die ieder een afzonderlijke beschrijving verlangen.

Het tuberculum acusticum, de ventrale octavuskern, cle nucleus triangularis, de kern van Bechterew zullen dus ieder afzonderlijk bespreking eischen, maar dit zullen ook de nucleus Dei ters, de nuclei trapezoides, de nuclei olivares superiores en de kernen van den lemniscus lateralis.

Voordat echter hiertoe wordt overgegaan, zal toch eerst moeten worden vastgesteld of zich de intreding der octavus-wortels bij den mensch op dezelfde wijze gedraagt als zij bij het konijn werd beschreven.

Dit is inderdaad het geval. Ofschoon veel moeilijker te ontwarren geldt voor den mensch het schema, dat in fig. 263 voor de octavus-wortels van het konijn werd afgebeeld.

Een snede loodrecht op de lengte-as der medulla oblongata, daar waar het corpus restiforme het cerebellum bereikt (hg. 264) treft don N. cochlearis. Deze wortel (fibr. radiculares N. cochlearis) loopt naast den recessus lateralis van den 4<ïen ventrikel en is als hij het centraal orgaan binnenvalt,

Sluiten