Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pedunculus floccularis afkomstig zijn, langs den bodem van den vierden ventrikel naar de raplie loopen, daar kruisen en gedeeltelijk althans, in de formatio reticularis van het tegmentum pontis hun einde vinden.

Brouwer is van meening, dat deze vezels in de raphe aangekomen, haar in dorso-ventrale richting volgen en als perpendiculaire vezels in den nucleus arcuatus medialis overgaan. Is dit zoo en vereenigen de striae medullares het cerebellum met den nucleus arcuatus, dan mag men, zoolang men die kernen beschouwt als distaalwaarts vooruitgeschoven ponskernen (Jelgersma), in de striae vezelbundels zien, verwant aan de ventrale stelsels van transversale ponsvezels.

De laag vezels tusschen tuberculum acusticum en cerebellum is echter omvangrijk bij den menscli. Het is waarschijnlijk te achten, dat niet al deze vezels voor de striae medullares bestemd zijn, maar dat daarin bovendien vrij belangrijke ook bij andere gewervelde dieren aanwezige verbindingen tusschen de octavus-kernen en het cerebellum te vinden zijn.

Yentraal van het tuberculum acusticum vindt men den nucleus ventralis N. VIII (zie tig. 264 en tig. 265). Men onderscheidt daarin weer de celstrooken tusschen de uit elkander wijkende wortelvezels van den N. eochlearis en de aaneengesloten grijze massa mediaal en lateraal van den wortel. Het laterale kernveld vooral is rijk aan dwarsdoorsneden bundels van wortelvezels (hg. 2fc>4). Het mediale kernveld heeft een di ielioekigen vorm en is ingeklemd tusschen het verlengde merg en den N. cochlearis. Het hangt samen met den processus ponto-bulbaris.

Bij het menschelijk foetus verstaat men daaronder een celband, die ontstaan is door emigratie van cellen uit het dorsale octavus-gebied en in ventromediale richting langs de oppervlakte rondom den hersenstam loopt. Uit dit celmateriaal ontwikkelen zich de nuclei arciformes en de ponskernen, wier ontstaan uit nakomelingen der cellen van de dorsale octavus-formatie een feit van groote beteekenis is. Bij lagere gewervelde dieren is echter het kerngebied van deze zenuw nog uitsluitend dorsaal gelegen en in zekeren zin is ook het phylogenetische jongere ventrale oorsprongsgebied van den N. cochlearis afkomstig van den dorsalen moederbodem voor deoctavuskernen.

Bij den mensch hangt het mediale gedeelte van de ventrale kern samen met den processus ponto-bulbaris, welke bij de behandeling van het zenuwstelsel van den N. trigeminus (Deel II, p. 44) werd beschreven als de bij den volwassene overgebleven richtingslijn van den foetalen celband van Essick.

Tegenover de atrophie-experimenten gedraagt zich echter het mediale gedeelte van de ventrale octavus-kern, al hangt het samen met den piocessus ponto-bulbaris, evenals de celstrooken dier kern, welke tusschen de uiteen wij kende wortel vezels zijn geplaatst. Zij verdwijnen dan volkomen. Het is dus geoorloofd om het driehoekige, tusschen wortel en medulla oblongata ingeklemde, gedeelte bij den mensch, evenals bij de hoogere zoogdieren tot de ventrale kern te rekenen en niet in te deelen bij den processus ponto-bulbaris (fig. 264).

Sluiten