Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als dat van den nucleus olivaris superior, van groote en waarschijnlijk principieele beteekenis voor die dieren, zijn voor den mensch kennelijk niet meer van zoo groot belang en worden gereduceerd.

Inderdaad is alles, wat tot het trapezoiedstelsel behoort, bij den mensch klein. Mocht dit stelsel werkelijk bestemd zijn om de impulsen uit de

Fig. 266.

Snede loodrecht op de lengte as van hetzelfde kind, in het niveau waar de N. vestibularis binnengaat.

ar.ov.c.r., p.i.c.r. — area ovalis en portio interna corporis restiformis. f.rad. N. VII = wortelvezels van den N. facialis. f.M. (str. dors.) = dorsale secundaire octavusbaan uit de stria acustica (Monakow's baan), f. II. (str. int.) = intermediaire secnudaire octavusbaan uit de stria acustica (Held's baan), c.trap. (str. vent.)— ventrale secundaire octavusbaan, corpus trapezoides (Flechsig's baan) n. 1/7= nucleus N. facialis. n.d.N. VIII — dorsale octavuskern, triangulaire kern. n. ol. sup. - nucleus olivaris superior, n. trap. — nucleus trapezoides. n. vent. N. VIII z= ventrale octavuskern. N. vest. = N. vestibularis pr.p.b. = processus pontobulbaris. slr. med. = striae medullares ventriculi IV. str.ac.M. — striae acusticae Monakow. str. pr. f. pont. = stratum profundum fibrarum pontis. tr. sp. N. V = tractus spinalis N. trigemini. tr. v. sp. — begin van den tractus vestibulo-spinalis. tub. ac. = tuberculum acusticum.

coclilea omhoog te voeren, met andere woorden een gehoorsbaan zijn, dan moet men öf aannemen, dat de menschelijke gehoorsbaan van minder omvang is, dan die der hier besproken zoogdieren, of wèl, men moet veronderstellen, dat in het trapezoied nog een andere baan loopt, die bij de Win kier II. n

Sluiten