Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toenemende ontwikkeling van neo-pallium en neo-cerebellum van minder waarde werd en derhalve tot reductie is gekomen.

Verder ziet men in fig. 266, dat de stria acustica zich oplost in de beide stralingen, die eveneens vroeger genoemd werden en wel:

2e. de secundaire intermediaire octavusbaan of de octavusbaan van Held (f. H. str. int. fig. 266). Langs de mediale vlakte der area ovalis loopt zij door het corpus juxta-restiforme in ventrale richting, doorkruist den tract. spin. N. V, buigt dan plotseling mediaalwaarts om en gaat, dorsaal van den nucleus olivaris superior door het tegmentum heen naar de raphe.

3e. de secundaire dorsale octavusbaan of de octavusbaan van Monakow (f. M. str. dors. fig. 266). Deze loopt door de laterale afdeeling van de pars interna van het corpus restiforme langs den ventralen zoom van den nucleus triangularis, kruist de wortelvezels van den N. facialis, welke zich in de knie dezer zenuw verzamelen en richt zich naar het dorsale gedeelte der raphe. De menschelijke stria acustica is echter niet de gesloten bundel, welke bij het konijn (fig. 257) of nog fraaier bij de kat (fig. 268) wordt gevonden. Zij doet zich voor als een reeks waaiervormige stralingen van boogvezels, welke de raphe zoeken en na kruising te land komen in het vezelveld dorsaal van den nucleus olivaris superior om dan proximaalwaarts te gaan.

Mutatis mutandis gedraagt zich dus de wortelstraling van den N. cochlearis bij den mensch op volmaakt dezelfde wijze als bij de andere zoogdieren. De primaire kernen zijn op overeenkomstige wijze tusschen haar wortelvezels ingevoegd en geven het aanzijn aan drie bij allen weêrkeerende, onderling verwante secundaire octavus-stelsels.

Hetzelfde geldt voor de wortelstraling van den N. vestibularis (fig. 266 en fig. 267). Deze wortel loopt scheef in proximale richting door de medulla oblongata heen en het is dus niet wel mogelijk hem in een enkele dwarse doorsnede te overzien. In fig. 266 ziet men den wortel binnentreden, langs de ventrale kern strijken, het trapezoied doorbreken en tusschen corpus restiforme en tractus spinalis N. V heengaan. In fig. 267 ziet men zijn vezelstraling omslaan, om in den tractus descendens N. VIII in distale richting zijn loop voort te zetten. Het veld van den tractus descendens N. VIII neemt in het ventrale gedeelte van het corpus juxta-restiforme plaats en rust op de dorsale vlakte van den tractus spinalis N. V. Daar wordt het veld steeds gevonden (fig. 175, 181, etc, Deel I) zoolang het corpus juxta-restiforme wordt getroffen, d. w. z. tot aan de achterstrengkernen.

De vezels van den N. vestibularis wenden zich voor het meerendeel naar de triangulaire kern (fig. 267). Die kern doet zich op dwarse doorsnede voor, als een driehoekig veld van grijze stof, geplaatst in het laterale gedeelte van den bodem des vierden ventrikels. In fig. 267, waar de wortelstraling van den N. vestibularis in den tractus descendens omslaat, maken ook de vezels van het corpus juxta-restiforme zich gereed om in twee krachtige bundels (fibrae tegmentö-cerebellares mediales et laterales)

Sluiten