Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

myeliniseereiide deel 'in de menschelijke cochlearisstraling komt in plaats overeen met die, welke bij het konijn de vezels van den ramus saccularis innemen. Dit is weer een nieuw argument voor de op anatomische gronden, reeds vroeger verdedigde stelling, dat de N. cochlearis een zeer jong, uit het ganglion spirale afkomstig stelsel bevat, dat zich eerst bij het foetus van 28 c.M. met merg gaat omhullen en daarnaast een zeer oud, dat reeds bij het foetus van 23 c.M. merg krijgt. In de dorsale wortelstraling neemt het laatstgenoemde stelsel een plaats in, mediaal van het eerste.

Bij den mensch vinden wij dus met behulp der myelinisatie-methodc hetzelfde als bij het konijn door de Marchi-methode kon worden zichtbaar gemaakt (vergelijk tig. 258 en fig. 261). Het eerst merghoudende stelsel is soortgelijk aan wat bij het konijn in de cochlearisstraling niet tot degeneratie komt, als het ganglion distale Scarpae gespaard blijft bij de operatie (zie p. 180).

Samenvattend, wat in deze paragraaf werd medegedeeld over den loop der octavuswortels, over de tusschenvoeging der primaire kernen en over het begin der secundaire octavuswegen, dan geschiedt onder verwijzing naar het schema in fig. 263 aan de hand van een overzichtspraeparaat van den octavus-oorsprong bij een kat, dat in fig. 268 is geteekend.

Dit dier toch leent zich bizonder voor dit doel omdat de stria acustica, het corpus trapezoides en alle secundaire octavuswegen er uitermate krachtig zijn.

1. De wortelvezels van den N. cochlearis (in fig. 268 niet getroffen) begeven zich naar het tuberculum acusticum (fig. 256, 261, 265) en naar den nucleus ventralis N. VIII (fig. 257, 262, 264).

Een deel dezer wortelvezels bereikt langs de stria de laterale afdeeling van den nucleus triangularis (fig. 258, 262, 264). Een ander deel (vezels uit den ramus saccularis) dringt door de area ovalis corporis restiforme heen naaiden tractus descendens N. VIII (fig. 258). Nog een ander deel gaat via het corpus trapezoides heen naar den nucleus trapezoides der overzijde (fig. 262). Eindelijk vergezellen wortelvezels de secundaire octavuswegen (fig. 262).

2. De wortelvezels van den N. vestibularis gaan meerendeels over in den tractus descendens N. VIII (fig. 260), die een eigen kern in zich sluit, den nucleus tracti descendentis N. VIII. Zij voorzien deze kern.

De meeste wortelvezels echter gaan over in de triangulaire of dorsale octavus-kern. Vooreerst in het niveau, waar zij binnentreden (fig. 257, 259, 267, 268), maar ook in meer distale niveaux. Zij verlaten onder loodrechte hoeken (fig. 260) den tractus descendens N. \7III om die kern te zoeken. Ook langs het corpus trapezoides gaan wortelvezels naar de trapezoiedkern.

Een deel der wortelvezels voor die zenuw komt uit den nucleus Bechterew (fig. 259, 268). Zij vormen een tractus ascendens N. VIII, die zich aan den hoofdstam aansluit.

3. Te midden van de wortelvezels en kernen ligt in het corpus juxtarestiforme een omvangrijke, slecht begrensde kern, de kern van Deiters,

Sluiten