Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over in (len lateralen bundel van den lemniscus lateralis. Deze baan is de derde oorsprongsbundel van het octavo-mesencephale stelsel.

5. Alle hier genoemde en beschreven secundaire stelsels hebben echter hetzelfde karakter als die welke vroeger behandeld zijn, toen de secundaire proprio-receptieve banen uit de achterstrengkernen en uit den nucleus sensibilis N. V. beschreven werden.

Zij zijn als een nieuw proprio-receptief secundair stelsel ingevoegd tusschen de boogvezels, welke uit de hoogste afdeeling van den nucleus cuneatus zijn ontsprongen en tusschen die welke uit de sensibele trigeminuskern komen. Op pag. 85 van Deel II werd de opmerking gemaakt, dat de raphe-splijting te dezer hoogte niet gevolgd wordt door dubbelzijdige degeneratie in de secundaire trigeminusbanen en dat dit wel geschiedt, wanneer de raphe-splijting in een meer proximaal of in een meer distaal niveau plaats vindt. Het wordt thans begrijpelijk, dat de raphe-splijting te dezer hoogte, de kruisingen der secundaire octavusbanen treft, die tusschen de distale en proximale oorsprong der secundaire trigeminuswegen zijn ingeplaatst.

Terwijl wij nu overgaan tot de nadere studie dezer secundaire wegen, zal het vooraf noodzakelijk zijn om meer bizondere aandacht te schenken aan de kernen en aan de celpraeparaten, welke bij de behandeling der vezelpraeparaten eenigszins naar den achtergrond zijn gedrongen.

b. De kernen van den N. cochlearis en van den N. vestibularis.

1. Inleiding.

Wanneer een ccntripetalè wortel vezels afgeeft aan meer dan een celgroep, dan is het niet altijd eenvoudig om te beslissen, welke van die celgroepen aanspraak zal mogen maken op den naam van eigen kern van dien wortel.

Bij den N. octavus doet zich het geval voor, dat een zeer bizonder gebouwde groep van vele eindorganen impulsen overgeeft aan zenuwvezels, die langs twee zenuwwortels het centrale zenuwstelsel bereiken. In de vorige paragraaf werd aangetoond, dat wortelvezels uit beide stammen niet alleen overgingen in kernen, die nabij hun binnentreden zijn gelegen, maar zich bovendien, zij het ook in minder aantal, voortzetten in de drie daar ter loops genoemde octavusbanen, die hoofdzakelijk secundaire vezels verder brengen.

Teneinde thans te komen tot een meer nauwkeurige beschrijving der kernen, die een rol spelen bij de verwerking der door den N. octavus aangevoerde impulsen, is het noodzakelijk om de kernen, waarheen wortelvezels gaan, te schiften. Op grond van algemeene overwegingen zullen wij er drie groepen in onderscheiden.

a. Eigen of primaire octavus-Jcernen. Hun kenmerk is, dat zij of uitsluitend wortelvezels dezer zenuw ontvangen öf voor zoover zij centripetale (autonome) vezels in den N. octavus zenden (nucleus Bechterew), uit-

Sluiten