Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cularis in den ductus cochlearis, voor de cellen, die de endolymphe secerneeren, enz.

Ik acht deze onderstelling de meest waarschijnlijke. Vooreerst blijven in het medio-ventrale kerngebied juist de groote cellen (hg. 275) behouden. Zij staan in rijen in de resten der strooken en hebben het karakter der cellen van type a behouden. De middelgroote cellen van type b, verdwijnen, overal waar zij gevonden worden. Deze cellen herinneren ook morphologisch aan sympathische cellen. Zij zijn rond, hebben geen of zeer kleine dendrieten en worden het meest gevonden in het ventro-mediale kerngebied, waar zij zeer talrijk zijn. Ook wel in het dorso-laterale, maar daar zijn er veel minder.

Voor deze stelling pleiten trouwens ook andere gegevens. Vooreerst kan men niet betwisten, dat er een autonome innervatie van het slakkenhuis bestaat. Doorsnijdt men den N. octavus nabij de medulla oblongata, ten einde de daaropvolgende degeneratie in het eindorgaan te kunnen onderzoeken, dan vindt men daarin veel samengestelder afwijkingen, dan men er in de analogie met andere eindorganen zou verwachten. Bepaaldelijk geldt dit voor den ductus cochlearis. Reeds spoedig na de operatie worden er groote veranderingen gevonden in de wanden der bloedvaten van de stria vascularis. Dat werkt op het eindorgaan terug. De endolymphe verdwijnt, de membrana Reissneri valt op het Corti's orgaan, waaruit de teere haarcellen, maar ook de cellen van Deiters reeds te gronde zijn gegaan voordat de cellen uit het ganglion spirale degenereeren. Octavusdoorsnijding heeft dus een invloed op het Corti-orgaan, die niet alleen van de degeneratie der spinale ganglion-cel afhangt, maar door de autonome innervatie der vaten in de stria vascularis en der endolymphe secerneerende cellen wordt gecompliceerd. Deze complicatie kan eerst besproken worden, als de meest belangrijke autonome kern van den N. Octavus, de nucleus van Bechterèw in bizonderheden wordt behandeld. Daar wordt op dit vraagstuk teruggekomen en daar worden (fig. 306) veranderingen beschreven en afgebeeld, die het gevolg van óctavus-doorsnijding zijn. Hier wordt het bestaan der autonome innervatie echter reeds vooropgesteld, omdat daarmede rekening moet gehouden worden.

Evenals na labyrinth-exstirpatie de ronde middelgroote cellen uit de kern van Bechterew verdwijnen (fig. 304), geschiedt dit ook in de ventromediale afdeeling der ventrale kern met de cellen van type b. De cellen van tvpe a daarentegen zijn de cellen, waaruit de trapezoiedvezels ontspringen.

Wil men echter het ventro-mediale kerngebied, althans in haar distale einde te niet zien gaan, zoodanig, dat er noch zenuwvezels, noch cellen overschieten, dan is het noodig, om bij het jonggeboren dier, niet alleen de labyrinth-exstirpatie te verrichten, maar tegelijkertijd door den meatus acusticus internus heen, liet corpus trapezoides tegenover den tractus spinalis N. V te klieven. Laat men het dier daarna eenige maanden leVen, dan krijgt

Sluiten