Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. De secundaire dorsale octavusbaan, de octavusbaan van Monakow is üe stevige bundel gedegenereerde vezels, die de directe voortzetting der stria acustica scliijnt te zijn (fig. 279, tr. Monakow).

Die bundel splitst zich in een drietal vezelgroepen.

Vooreerst richten zich eenige dezer gedegenereerde vezels ventraal (fig. 279 a.) en bereiken spoedig een vezelveld dorsaal van de nuclei olivares superiores gelegen. Daar slaan zij in proximale richting om in de

lengte-as der medulla oblongata.

Voorts loopen de meeste gedegenereerde vezels schuin door het tegmentum heen (fig. 279 (5) naar het midden der raphe, kruisen haar en gaan in die richting door naar het dorsaal van de olijfkern gelegen vezelveld der tegenoverliggende zijde. In dit veld vereenigen zich dus gelijkzijdige en gekruiste vezels van Monakow's baan met gelijkzijdige en gekruiste vezels uit Held's baan en loopen met elkander in proximale richting verder.

Eindelijk maken zich uit de stria nog gedegenereerde vezels los, die in mediale richting door het dorsale deel van het tegmentum, vlak onder den genu N. VIII loopen (fig. 279 /). Deze vezels ontspringen niet uit de ventrale kern, maar uit het corpus juxtarestiforine (dat door de operatie mede is vernield) en voegen zich tijdelijk bij de stria. Zij gaan voor een deel over in den gelijk zij digen nucleus N. VI, komen dan in den fasciculus longitudinalis posterior, slaan daarin deels in proximale, deels in distale richting om. Eenigen hunner kruisen de raphe, volgen in den tegenoverliggenden fasciculus longitudinalis posterior de proximale en distale richting en voorzien ook de gekruiste abducenskern.

Deze bundel is een belangrijke refiexweg in het octa vusstelsel. Hij zal bij de bespreking der kerngroep van Deiters uitvoerig behandeld worden. Hier echter bekommeren wij ons voorloopig nog alleen om het lot der in fig. 279 sub « en |ï aangegeven vezelgroepen.

Zien wij dus af van den in fig. 279 met y aangegeven straling uit de stria acustica dan treft ons bovenal in het degeneratie-praeparaat, de volkomen overeenstemming met hetgeen het normale vezelpraeparaat ons omtrent den oorsprong der secundaire banen geleerd heeft. Een vergelijking van fig. 279 met fig. 268 stelt dit buiten eiken twijfel. Het degeneratie-praeparaat leert echter den loop dezer vezels tusschen de anderen volgen en daartoe is het normale vezelpraeparaat niet bij machte.

Om hun verderen loop te bestudeeren, begint men bij de gedegenereerde vezels, welke de nuclei olivares superiores met den hen omgevenden mergmantel, dorsaal en ventraal omvatten (fig. 2/9). Een aantal dezei vezels gaan in den mergmantel dier kernen en daarlangs in de kern zelf over, maar de meesten loopen langs die kernen, vergezellen hen, terwijl er steeds meer in proximale richting omslaan. Is eenmaal het proximale einde der olijfkernen bereikt en hebben de dwarsvezels van het trapezoied opgehouden, dan blijkt het dat de ontaarde vezels allen in de lengte-as

Sluiten