Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zien, dat de secundaire ventrale trigeminusbaan omhoog gaat (Deel II. pag. 80 en lig. 218 <*). Lateraal volgen dan de secundaire proprio-receptieve wegen uit de achterstrengkernen (Deel I, pag. 330, lig. 158). Deze secundaire wegen vormen te samen den lemniscus medialis en dorsaal ervan vindt men te dezer plaatse (hg- 280) een eigen kern, den nucleus reticulatus tegmenti pontis of den nucleus pontis reticulatus van Bechterew. Ongeveer zoover als deze kern in laterale richting reikt, strekt zich ook de lemniscus medialis uit die intusschen smaller wordt. Bij zijn uitersten lateralen punt heeft zich intusschen hier de tractus spino-thalamicus gevoegd, nadat de tractus spino-cerebellaris ventralis, langs den tractus spinalis N. \ . heen, in dorso-laterale richting is afgeweken en den boog beschrijft, die hem om den dorsalen rand van het brachium conjunctivum heen, in distale richting naar het cerebellum voert (Deel I, p. 226, tig. 123). Alle vezels van den lemniscus medialis atrophieeren, zooals wij hebben uiteengezet, tengevolge van groote haarden in den thalamus of gaan geheel te gronde bij syringo-myelitische spleten, wanneer door hen alle boogvezels in de medulla oblongata vernietigd worden.

Lateraalwaarts volgt dan een kleiner stuk van den „Schleifenscbicbt (zie Deel I, p. 319 en fig. 154 in D) dat een bizondere béteekenis bezit omdat het noch door thalamushaarden, noch door de meest omvangrijke spleten in de medulla oblongata, tot atropliie of degeneratie kan worden gebracht. Wij hebben het vroeger onder den naam van lemniscus centralis leeren kennen.

In de meest laterale afdeeling van het stratum lemnisci, in den lemniscus lateralis vindt men de gedegenereerde secundaire octavusvezels, wier oorsprong uit de laterale octavuskernen men hier door M arcli i-degeneratie kan vaststellen.

Eigenlijk bestaat de lemniscus lateralis thans uit meerdere, deels wel, deels niet gedegenereerde vezelbundels, tusschen welke in een kern, de nucleus ventralis lemnisci lateralis, de ventrale lemniscus-kem is gelegen (fig. 280 n. ventr. 1. lat.).

In den latero-ventralen vezelbundel vindt men hier zeer grove gedegenereerde vezels (fig. 280). Hij omvat de laterale helft del" kern, die als een eikel in een dop daarin is geplaatst. Talrijke gedegenereerde vezels gaan in die kern over. Veel fijnere, eveneens gedegenereerde vezels, vindt men in de dorsaal van die kern gelegen bundel. Hij bestrijkt een veld, dat zich in dorsale richting, langs de motorische trigeminuskern uitstrekt. Het wordt dorsaal begrensd door het veld, waarin de secundaire dorsale trigeminusbaan wordt gevonden (zie fig. 218, 6. (?). Van dezen dorsalen bundel gaan nauwlijks vezels over in de ventrale lemniscus-kern. Ook mediaal van de kern treft men nog gedegenereerde vezels aan.

De lemniscus lateralis is dus hier een zeer omvangrijk veld, waarin al de secundaire octavus-vezels samenkomen, nadat, door opzettelijke dubbelzijdige wegneming van tuberculum acusticum en nucleus ventralis

Sluiten