Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De verdere loop dezer vezels kan men dan in tig. 282. A—C volgen. Hier is alleen het degeneratieveld in de linker helft van het praeparaat geteekend, want in de rechter helft doet het zich op dezelfde wijze voor. Ter hoogte van de uittreding van den N. trigeminus (in fig. 282. A) blijven de ontaarde vezels nog gelocaliseerd in het dorsaal van den nucleus olivaris superior gelegen veld (in a). In dorsale richting reikt het halverwege den nucleus motorius N. V en het is opmerkelijk, hoe gering de degeneratie is in het veld van de secundaire dorsale trigeminusbaan (fig. 282. A. tr. sec. N. V). Tengevolge van raphe-splijting te dezer hoogte (zie Deel II p. 85) gaan nauwelijks secundaire trigeminusvezels te niet.

In fig 282 B, een snede, welke den nucleus ventralis lemnisci treft, is liet degeneratie-veld iets meer in dorsale richting en ook in laterale richting verplaatst. Het maakt reeds deel uit van den tractus medialis lemnisci lateralis. Maar noch in het corpus trapezoides, noch in den bundel, die ventro-lateraal van den nucleus ventralis lemnisci ligt en hem omvat, worden ontaarde vezels getroffen.

In fig. 282 C eindelijk, een snede, die de dorsale lemniscus-kern treft, heeft het degeneratie-veld, als tractus medialis in den lemniscus lateralis plaats genomen (tr. med. 1. lat.). De gedegenereerde vezels gaan verder geleidelijk over in het ventrale merg van den colliculus posterior, dringen van daaruit in de kern van dit ganglion en in het brachium posticum.

Men ziet ternauwernood enkele vezels, die in de lemniscus-kernen overgaan.

Het is dus wel aan geen twijfel onderhevig, dat de secundaire octavusbanen van M o n a k o w en van Held zich linea recta voortzetten in den tractus medialis lemnisci lateralis om naar het corpus quadrigeminum posterius en verder te gaan en geen deel uitmaken van den tractus lateralis van dien bundel.

Het tegenstuk van hetgeen hier is vermeld, neemt men waar als het corpus trapezoides door een ventralen steek wordt gespleten. De operatie is moeilijker, omdat men door den clivus moet beenboren om op de juiste plaats tegenover het trapezoied te komen. Indien zij gelukt en het corpus trapezoides gekliefd wordt, zonder de dorsale banen te kwetsen, dan komt het tot een degeneratie in de ventrale banen, welke in fig. 283. A—C. bij een kat zijn afgebeeld.

In fig. 283 A, een snede ongeveer ter hoogte van de intreding van den N. vestibularis, dringt de steek dwars door het trapezoied heen. Hij 1 leeft de rechter pyramide doorboord. Deze snede treft de wonde daar, waar zij het verst in dorsale richting reikt. Zij kwetst noch de intermediaire, noch de dorsale octavusbaan.

Als gevolg der trapezoied-doorsnijding ontaarden naar weêrszijden de trapezoied vezels in cellulifugale richting. Die aan de linker zijde zijn doorsneden, nadat zij de raphe hebben gekruist, die aan de rechter zijde vóór hun raphekruising. Terloops kan men dus tevens vaststellen, dat er in het

Sluiten