Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kernen groot. Verreweg liet sterkst is het vezelverlies aan de zijde, waar het trapezoied weg is.

Overigens worden de olijfkernen in meer proximale niveaux snel grooter. Dan blijkt het vezelverlies van beide kernen eerst bij nauwkeurige vergelijking met normale praeparaten. De mergmantel blijft echter overal iets dunner, hun vezelrijkdom kleiner dan in het normale praeparaat. Celverlies kan echter daarin nergens worden aangetoond. De aanvoer van nieuwe vezels naar de olijfkernen, vindt zijn oorsprong in het cerebellum.

3". Zeer belangrijk is de atrophie van den gekruisten linker nucleus ventralis lemnisci lateralis (fig. 285 C en D) en van de bundels, die haar omgeven. (Jok zij berust op vezelverlies. Cellen gaan in die kern niet te gronde.

4e. Minder intensief, maar toch nog merkbaar is de atrophie in den linker nucleus dorsalis lemnisci lateralis (fig. 285 E). Vezelverlies is merkbaar, zoowel in de mediaal als lateraal van deze kern gelegen bundels van den lemniscus lateralis, al neemt het geleidelijk, naarmate men het corpus quadrigeminum posticum nadert, in omvang af.

Men ziet dus een geleidelijke vermindering der atrophie, naarmate men zich verder van de plaats der verwonding verwijdert.

In tegenstelling echter daarmee, doet zij zich weer sterk gevoelen in den colliculus posterior (fig. 285).

Het vezelverlies in het ventrale mergveld en in de kern van dien heuvel, hangt niet alleen en zelfs niet in de eerste plaats samen met de verdwijning van het trapezoied. Het is grootendeels te wijten aan het wegvallen van het vezelaandeel, dat de stria acustica aan de laterale octavuskernen ontleent en langs den medialen bundel den colliculus posterior toevoert.

De atrophie der rechter stria acustica is in distale niveaux, dicht bij haar oorsprong, vrij wel volkomen. In meer proximale niveaux wordt zij grooter. Toch blijft de stria acustica (fig. 285 C. str. ac.) links dubbel zoo groot als rechts. Er voegen zich niet doorsneden vezels uit hel cerebellum bij de geatrophieerde uit het tuberculum acusticum.

De daaruit ontsprongen vezels van Monakow's en Held's kruising zijn rechts nagenoeg verdwenen. Heeft de Monakow'sche kruising plaats gevonden, dan vindt men links een sterke atrophie in het veld, dat dorsaal van olijfkern of van ventrale lemniscuskern is gelegen, (fig. 285. D) en in den medialen bundel van den lemmiscus lateralis (fig. 285. E).

Dit blijft zoo totdat het ventrale mergveld van den colliculus posterior (fig. 285 F) is bereikt. Dit mergveld ontvangt verreweg de meeste vezels uit den medialen bundel van den lemniscus. Daarin zijn veel vezels weg. Maar ook de kern zelf is vezelarm, al is het celverlies daarin zeer gering en het brachium posticum is dunner.

De overeenstemming met hetgeen het degeneratie-experiment ons heeft geleerd, is dus wel bevredigend. De conclusie is geoorloofd, dat de dorsomediale bundel van den tractus oetavo-mesencephalicus een directe weg

Sluiten