Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, langs welke de verbinding der lateraal gelegen octavus-kernen met het kerngebied van het corpus quadrigeminum posterius via de stria acustica plaats vindt. De atrophie is daarmee echter nog niet geëindigd, want ook het brachium colliculi posterioris en het corpus geniculatum mediale zijn ten gevolge van het wegnemen der laterale octavuskernen kleiner geworden.

Daarentegen schijnt de ventro-laterale bundel van dien tractus een veel meer samengesteld geheel te zijn. Hij bestaat uit een complex van stelsels, waarin men achtereenvolgens kan onderscheiden:

le. Secundaire octavus-vezels voor de gekruiste nuclei trapezoides.

Zij zijn vrij talrijk.

2e. Secundaire octavus-vezels naar de nuclei olivares beiderzijds. Zij verzamelen zich in het distale gedeelte van hun mergmantel, vooral in die der aan de operatie gelijke zijde en voorzien van daaruit die kernen.

3e. Secundaire octavusvezels naar den gekruisten nucleus ventralis lemnisci. Ook deze vezels moeten in groot aantal aanwezig zijn.

4e. Secundaire octavusvezels naar den gekruisten nucleus dorsalis lemnisci. Ook het aantal dezer vezels moet nog belangrijk zijn.

5e. Secundaire octavus-vezels naar het corpus quadrigeminum posticum. Zij zijn niet meer talrijk.

Als een welkome aanvulling dezer experimenten, sluit daaraan de studie der atrophie, die in den hersenstam ontstaat, nadat, bij het pasgeboren dier, lang te voren het corpus quadrigeminum posticum is geexstirpeerd of de lemniscus lateralis is doorsneden.

Zij steunt in alle opzichten de hier gegeven voorstelling.

Tot toelichting zijn in fig. 286, fig. 287, en fig. 288 reeksen foto's afgebeeld, ontleend aan konijnen, bij welke de rechter colliculus posterior eenige dagen na de geboorte is weggenomen en die langer dan een jaar

na die operatie hebben geleefd.

In fig. 286. A—E. vindt men een aantal dwarse sneden loodrecht op de lengte-as van den geopereerden hersenstam. Bij x in fig. 286. E. ziet, men het operatieve defect aan de rechter zijde. Behalve een klein distaal stuk is de achterste heuvel volkomen van den hersenstam afgescheiden (fig. 286. D). In samenhang daarmede is het ventrale mergveld veel kleiner geworden en neemt men een geducht vezelverlies waar in den lemniscus lateralis. Daarvan afhankelijk is de zeer sterke atrophie in de gekruiste, dus linksche stria acustica, (fig. 286. A fig. 288. B) en daarmede hangt tevens samen de omvangrijke atrophie van het tuberculum acusticum en van de dorsale afdeeling van den nucleus ventralis N. VIII (zie fig. 286 A, fig. 288 B, fig. 277). Daarentegen is een atrophie van het distale einde in het corpus trapezoides ternauwernood aantoonbaar.

Overeenkomstig met onze uiteenzettingen is deze tegenstelling begrijpelijk.

Sluiten