Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der operatie veel kleiner geworden (fig. 288 A.). Zijn bundels omvatten den nucleus dorsalis lemnisci lateralis, en deze kern waartusschen door de geatrophieerde bundels van den lemniscus loopen, is eveneens kleiner geworden.

Die kern bestaat uit strooken grijze stof, waarin cellen zijn gelegen.

De strooken zijn kleiner en liggen dicht opeengepakt.

De cellen, die daarin zijn geplaatst, liggen dus dichter bijeen, zijn echter grootendeels onveranderd gebleven. Wel leert nauwkeurige vergelijking met de normale praeparaten, dat een tekort aan cellen in de geatrophieerde dorsale lemniscuskernen aantoonbaar is, maar groot is het celverlies niet. Snel neemt, naarmate men haar in distale richting volgt, de atrophie van den lateralen bundel dan in omvang af (zie fig. '286 D. en G.). Tegenover de ventrale lemniscuskern (fig. 286 B.) is de bundel niet veel, maar toch nog altijd iets kleiner, dan die der niet geopereerde zijde.

De rechter nucleus ventralis lemnisci zelf is inderdaad ook iets kleiner dan de linker en wederom is dit het gevolg van het kleiner worden der strooken grijze stof, die haar samenstellen (fig. 286 B.). De strooken liggen dichter bij elkander, bevatten weinig merghoudende vezels en hebben enkele cellen verloren. Het tekort aan cellen is echter nog geringer dan in de dorsale lemniscuskern. De overgroote meerderheid der cellen in de gelijkzijdige ventrale lemiscus-kern heeft niet geleden door het wegnemen van den colliculus posterior.

Iets dergelijks kan men vaststellen in den gelijkzijdigen nucleus trapezoides. Hij is iets kleiner dan de gekruiste en zijn geringe atrophie (fig. 286 A) berust voornamelijk op vezelverlies, celverlies wordt er niet in gevonden.

Op de nuclei olivaris superiores schijnt de verwijdering van den colliculus posterior zonder invloed te zijn gebleven.

Deze experimenten zijn herhaaldelijk verricht en de constante resultaten, die zij geven, laten zich aldus samenvatten.

A. Voor den ventro-lateralen bundel van de octavo-mesencephale baan in den lemniscus.

1°. Tengevolge van de vernietiging van den colliculus posterior gaan er nabij het defect zeer veel vezels in den lemniscus lateralis te gronde (voor zoover die vezels centrifugaal zijn, worden zij op de volgende bladzijde besproken).

26. Dit vezelverlies wordt minder merkbaar naarmate men zich in distale richting verder van het defect verwijdert. Verschillende bundels maskeeren daar de atrophie en wel:

a. Ongedeerde vezels uit de ventrale octavuskern naar den nucleus dorsalis lemnisci. Deze vezels loopen langs den ventralen rand der laatstgenoemde kern zoover in dorsale richting, dat zij het afgeknotte dorsale einde dezer kern en het ventrale mergveld van den colliculus, posterior bereiken en dus nog een deel uitmaken van den lemniscus lateralis als lnj vrij aan de oppervlakte ligt.

b. Ongedeerde vezels uit de ventrale octavuskern naar den nucleus

Sluiten