Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dorsaal van de nuclei olivares superiores, gelegen op den mantel dier kernen, lateraal begrensd door de kern van den N. facialis, ligt de fasciculus dorso-medialis van den octavo-mesencephalen bundel, welke uit de vezels der banen van Held en Monakow is ontstaan. Dit veld wordt in dorsale richting door de dorsale secundaire trigeminus-baan begrensd. Mediaal ervan ligt in de formatio-reticularis lateralis, een bizonder vezelveld, dat in \\ eigei t-Pal praeparaten zich kenmerkt door zeer intensieve kleuring der dicht opeenliggende vezelbundeltjes. Dit veld noemt men de centrale baan van het tegmentum. Meestal vindt men tusschen de gebieden van de omhooggaande secundaire octavus- en trigeminusvezels en dit veld een vrij flink bloedvat, in deze snede door een omvangrijke perivasculaire ruimte omgeven. De centrale baan van het tegmentum ligt tusschen de dorsale en intermediare octavusbaan in. De vezels van Held passeeren haar ventraal, de vezels van Monakow dorsaal. De rest van de formatio reticularis lateralis, voor zoover zij zich tusschen abducens-kern en lemniscus medialis bevindt, is vrij wel terra incognita.

In de formatio reticularis medialis vindt men den fasciculus longitudinalis posterior en den fasciculus praedorsalis. Verder den uitlooper van den lemniscus medialis, welke door den nucleus reticularis pontis van de raphe is afgedrongen.

Dit kenmerkend beeld der snede door de menschelijke octavuskruisingen is echter bij de doofstomme vrouw (zie tig. 299) geheel en al gewijzigd. Deze snede (No. 336 der serie) treft ook het tegmentum pontis door het oorsprongsgebied der zesde en zevende hersenzenuw. Zij is ook op dezelfde schaal geteekend als fig. 298.

De radix ascendens van den N. vestibularis is slechts door enkele vezels vertegenwoordigd. De kern, de knie en den wortel van den N. facialis zijn evenals de kern en de wortelvezels van den N. abducens in deze afdeeling weer te vinden.

Maar het corpus trapezoides (vergelijk fig. 266 en fig. 297) ontbreekt en daarmee de vezels, die door de nuclei olivares superiores, den lemniscus medialis en den nucleus reticularis gaan. De kruising der trapezoied-vezels wordt weêrgevonden in enkele vezels, die voornamelijk commissuur-vezels uit de olijf- en lint-kernen zijn. Vergelijking met fig. 298 leert hoe bijzonder groot de atrophie is. A an de mergmantel der nuclei olivares is slechts weinig over. Hier, aan het distale einde, is de atrophie dezer vezels sterk. De n. olivaris superior is wel iets kleiner, maar is toch, zooals celpraeparaten leeren, in het bezit van goed geconserveerde cellen.

De nucleus trapezoides lateralis is beiderzijds zeer klein. In het Weige i t-praeparaat zijn die kernen nauwelijks weer te vinden. Wel vindt men hen in celpraeparaten terug als een conglomeraat van dicht opeengedrongen cellen. Beter zijn de nuclei trapezoides mediales behouden.

De dorsale afdeeling van den radix N. facialis wordt ook door een paar vezels doorboord, die de plaats aangeven, waar de stria acustica (str. ac.

Sluiten