Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den dorso-medialen bundel van den tractus octavo-mesencephalicus. Zelfs op den nucleus N. abducentis doet dit zijn invloed gelden. Die kern is in ventrale richting verplaatst. De formatio reticularis is verwrongen.

Behalve de atrophie van dit veld is in fig. 299 het laterale stuk van het stratum lemnisci in vrij sterke mate verkleind. De atrophie van den hier gelegen ventro-lateralen bundel van den tractus octavo-mesencephalicus is misschien niet zoo intensief als van den dorso-medialen, maar zij is toch belangrijk genoeg.

Overigens is het tegmentum weinig veranderd. Een uitzondering echter maakt de fasciculus longitudinalis posterior. Die bundel is in zeer sterke mate verkleind. De beteekenis dezer reductie kan echter eerst worden verstaan als de secundaire wegen worden behandeld, die uit de kernen van den N. vestibularis hun oorsprong nemen.

Het natuur-experiment, dat in de verwoesting der lateraal gelegen octavuskernen voor ons ligt, roept in den hersenstam atrophieën te voorschijn, die, na hetgeen in de vorige bladzijden behandeld is, verwacht mochten worden.

De overeenstemming met hetgeen verwacht werd, is echter zoo groot, dat de bij den mensch gevonden atrophieën bijna volkomen vergelijkbaar zijn, met die, welke bij dieren ontstaan, als dubbelzijdig de laterale octavuskernen verwijderd zijn.

Inderdaad bestaat er zeer groote verwantschap tusschen de octavomesencephale wegen van mensch en dier. Zij zijn naar éénzelfde plan gebouwd, al is het trapezoied bij den mensch klein, al zijn er de bovenste olijfkernen gereduceerd en al is de stria acustica er in meer dan één vezelstreng uiteengevallen.

Hoe meer proximaal men komt, des te duidelijker wordt de onderlinge overeenstemming. Men ziet haar reeds bij den normalen mensch, bijv. in de snede, die in fig. 300 is afgebeeld en waar de nucleus ven tralis lemnisci lateralis is getroffen. De beide bundels van den tractus octavomesencephalicus vinden in den menschelijken hersenstam een soortgelijke plaats als bij de hoogere dieren (vergelijk fig. 300 met fig. 282 B. of fig. 283 B) en zij omvatten den nucleus ventralis lemnisci lateralis op een soortgelijke wijze als zij het bij die dieren doen. Ook is die kern op overeenkomstige wijze gebouwd.

Wel bizonder is echter het veld van den lemniscus, het stratum lemnisci bij den mensch. Het vormt er een stevige laag dwars getroffen vezels, die langs den ventralen rand van het tegmentum zijn gelegen. Die laag bereikt de raphe niet. Door den nucleus reticulatus van Becliter ew wordt zij daarvan afgescheiden. Deze kern breidt zich in laterale richting uit. Zij zendt een stevige uitlooper tusschen de bundels van het stratum lemnisci in. Dientengevolge is het mediale gedeelte ervan in tweeën gespleten. Bovendien scheidt de kern door een tweeden, meer ventraal gelegen lateralen uitlooper het stratum lemnisci van de diepgelegen transversale brugvezels af.

Sluiten