Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

torische vezels uit den tractus opticus. (Deel I, p. 64, fig. 29.) In het middelste merg (Deel I, p. 58, fig. 24 en fig. 306) van dien heuvel werpen zich, van den lemniscus uit, proprio-receptieve en extero-receptieve vezels. In den achtersten heuvel komen octavusvezels uit beide bundels van den tractus octavo-mesencephalicus, naar onze meening, zoowel die, welke als voortzetting van vezels uit de cochlea, als die, welke als voortzetting van vezels uit de macula sacculi mogen gelden.

In dit groote ganglion kunnen dus impulsen, die afkomstig zijn uit drie verschillende zintuigen, tot vereeniging worden gebracht. Zij kunnen worden overgedragen naar:

a. de oogspierkernen en wel:

le diiect langs fibrae radiales (Meynert) en fasciculus longitudinalis posterior (Deel I, p. 66 en fig. 31);

2<? indirect over het stelsel der nuclei olivares superiores, langs den tecto-reticulairen bundel.

b. het ruggemerg en wel:

le direct langs den fasciculus praedorsalis;

2e indirect, langs de stelsels der beide kernen van den lemniscus lateralis, over den fasciculus longitudinalis posterior heen.

Naast dit hoogste knooppunt, zijn er nog twee andere knooppunten van lager orde.

In de eerste plaats de kernen der bovenste olijven. Zij ontvangen in het distale gedeelte van hun mergmantel vezels, die als voortzettingder vezels uit de macula sacculi (zie over die uit de macula utriculi de volgende paragraaf) mogen worden aangezien en dragen hen over op de oogspierkernen. Zij verwerken zoowel gekruiste als ongekruiste impulsen en staan op de oogspierkernen van beide zijden (zie schema fig. 318 A). Dit refiexstelsel wordt nog meer samengesteld, omdat er van den nucleus ventralis N. VIII en bepaaldelijk van zijn dorso-proximale afdeeling een zijweg naar de kernen van het cerebellum gaat, die langs fibrae perforantes van het corpus juxta-restiforme, weder op het proximale deel van den mergmantel der bovenste olijfkernen aangrijpt (zie schema fig. 320).

Vervolgens is er het reflexstelsel der beide kernen van den lemniscus lateralis. Ook zij ontvangen uit den ventro-lateralen bundel van liet groote secundaire octavusstelsel vezels, die in hoofdzaak, als de voortzetting van vezels uit macula sacculi (en macula utriculi) mogen worden beschouwd. Deze kernen nemen bijna uitsluitend gekruiste secundaire vezels op. Zij zenden hun vezels in den gekruisten praedorsalen bundel en in den fasciculus longitudinalis posterior in dorsale richting en verbinden aldus het ruggemerg met de door hen ontvangen impulsen (zie schema fig. 318 B).

Naast al deze reflexwegen staat echter de eigenlijke projectiebaan voor de vezels uit de cochlea, die zoo niet uitsluitend, dan toch voor verreweg het grootste deel, door den dorso-medialen bundel geleid wordt (zie schema 317).

Sluiten