Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3e met cellen in de cerebellaire kernen. ,

De twee sub 2 genoemde kernen moeten thans nader besproken worden, allereerst de kerngroepen van Deiters.

In den dorso-lateralen hoek van het corpus juxta-restiforme vindt men in doorsneden, die den hersenstam ter hoogte van den nucleus N. abducentis of de knie van den N. facialis treffen, een opeenhooping van zeer groote cellen, de grootste, die in het zenuwstelsel voorkomen. Deze celgroepen vat men samen met den naam van kern van Deiters. Gaat men van distale sneden uit naar boven toe, dan ontmoet men die groep reeds daar, waar de stria acustica om de area ovalis van het corpus restiforme heenslaat (zie fig. 275, fig. 276 en fig. 310 van het konijn en hg. 268 en 311 bij de kat). Proximaalwaarts neemt die celgroep snel in omvang toe en men treft baar nog, als de onderste kleine hersensteel het cerebellum is binnengetreden. Dan ligt zij mediaal van de area ovalis. De fibrae tegmento-cerebellares, die door het corpus juxta-restiforme naar het cerebellum gaan er of doorheen of strijken mediaal langs de kern (fig. 312).

Uitsluitend voor deze celophooping geldt de grensbepaling van de kern van Deiters. Indien men, zooals wel gedaan wordt, alle groote cellen in het corpus juxta-restiforme tot het domein dezer kern mêetelt, dan zou de tegenstelling verloren gaan, hier gemaakt tusschen kern van Deiters en nucleus proprius radicis descendentis N. vestibularis. Het is evenwel wegens de verhoudingen, die de radix descendens in meer distale sneden te zien geeft, noodzakelijk dit verschil te handhaven.

De nucleus Deiters ligt dus in het dorso-laterale deel van het corpus juxta-restiforme (Monakow's I. A. K.) en aan het proximale einde ervan. De nucleus proprius ivdicis descendentis N. vestibularis ligt in het ventromediale deel van het corpus juxtarestiforme, men kan hem tot ver distaalwaarts volgen.

Deiter's kern is rijk aan vezels. In het Weigert-Pa 1 -praeparaat liggen de cellen als doorzichtige plekken, in nestjes tusschen die vezels (fig. 257, fig. 268). In fibrillen-praeparaten blijken de cellen een rijke omspinning van fibrillen te bezitten, die zij deels aan de fibrillen der wortelvezels zelf, deels aan die uit de axonen der middelgroote cellen van den nucleus triangularis ontleenen.

Van de cellen uit de kern van Deiters ontspringen dikke axonen, die aanvankelijk allen in mediale richting loopen, maar zich al spoedig splitsen in een bundel, die proximaalwaarts loopt — de tractus vestibulomesencephalicus of tractus Deitero-mesencephalicus — in een anderen, die distaalwaarts gaat, de tractus vestibulo-spinalis of tractus Deitero-spinalis, en in een derden, die mediaalwaarts voortgaat en de raphe kruist. De laatste heeft een meer gecompliceerde loop en zendt vezels zoowel in proximale als in distale richting in den fasciculus longitudinalis posterior.

Operaties, welke, bij het volwassen dier, aan den lateralen rand der medulla oblongata of op den overgang van de Varolsbrug, de kern van

Sluiten