Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken den fasciculus longitudinalis posterior, waarin een deel zich zoowel in proximale als in distale richting omslaan en in de lengte-as verder gaan. Dan kruist het overschot dezer vezels de raphe, dorsaal van de kruising van Monakow. Zij komen in den gekruisten fasciculus longitudinalis, om daarin zoowel in proximale als in distale richting de lengte-as van het centrale orgaan te volgen. De laatste vezels van dezen bundel, ziet men als gedegenereerde vezeltjes in den nucleus N. VI der overzijde eindigen (fig. 312 A).

Door deze vezels wordt dus in de eerste plaats de kern van D e i t e r s met de beide nuclei N. abducentis verbonden, maar niet alleen dat. Langs den fasciculus longitudinalis gaan zij omhoog en bereiken de kernen van N. IV en N. III aan weerskanten. Eindelijk gaan zij in dien bundel omlaag naar het ruggemerg. Voor de oogspierkernen is er dus een dubbele verbinding.

De kern van Dei ter s is door den tractus-vestibulo-mesencephalicus met de hooge gelijkzijdige oogspierkernen, door de vezels in den fasciculus longitudinalis posterior met alle oogspierkernen verbonden.

Van uit de wond ziet men zich evenwel nog een derden bundel van ontaarde vezels ontwikkelen, die ventraal van de stria acustica zich naar het tegmentum begeeft (fig. 312 tr. vest. spin.). Deze ontaarde vezels vormen het begin van den tractus vestibulo-spinalis, een bundel reeds in Deel I, p. 256 beschreven; in fig. 133 afgebeeld en in fig. 134 in schema gebracht. Daar is uitvoerig vermeld hoe hij door het midden van de formatio reticularis der medulla oblongata naar beneden loopt en in het ruggemerg een plaats vindt in het grensgebied van zij- en voorstreng.

Wanneer men dezen gedegenereerden bundel in zijn loop door het ruggemerg volgt, bemerkt men dat het aantal zijner ontaarde vezels zeer geleidelijk afneemt, omdat elk volgend segment er vezels uit ontvangt. Betrekkelijk snel neemt hij bij de cervicale segmenten in omvang af. Daarin blijven zeer vele zijner vezels. Aan de segmenten der hals- en der lendenzwelling worden niet meer vezels afgegeven dan aan de thoracale segmenten en distaal van de sacro-lumbale zwelling kan men nog altijd eenige ontaarde vezels van dien bundel vinden, die zelfs nog sacrale segmenten kunnen voorzien.

Deze ervaring rechtvaardigt de onderstelling, dat de tractus vestibulospinalis een bundel is, welke de cellen van Deiters vereenigt met bepaalde motorische afdeelingen van het ruggemerg en wel die, waardoor de musculatuur van de wervelkolom, in de eerste plaats van de halswervelkolom, wordt beheerscht. Want deze bundel geeft aan de segmenten der intumescenties, die de museulatuur der extremiteiten innerveeren, minder vezels af, dan aan cervicale of thoracale segmenten.

Overigens kan men streng bewijzen, dat de tractus vestibulo-spinalis gevormd wordt door axonen uit cellen, die aan het distale eind van Deiters kern zijn gelegen. Een experiment, dat wij aan Monakow danken, geeft daarover zekerheid.

Sluiten