Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter, dat bij operaties, welke de kern van Deiters te gronde richten, naast sterke Marchi-degeneratie in den gelijkzijdigen tractus vestibulospinalis, altijd eenige ontaarde vezels worden gevonden, die door de raplie heen naar dien bundel der overzijde loopen, dan wordt dit verstaanbaar.

Desniettemin is in dit geval het overschot van den bundel aan de linker zijde zeer gering. Men raag daaruit afleiden, dat hij tijdens zijn loop in de raedulla oblongata geen vezels aan daar liggende kernen afstaat.

De vestibulo-spinale bundel is uitsluitend voor de medulla spinalis bestemd.

Voorts is in dit geval het celverlies slechts in het distale einde van de kern van Deiters te vinden. In meer proximale sneden wordt het minder duidelijk. Aan het proximale einde der kern is er geen celverlies meer.

Dit komt, omdat uit het proximale deel van Deiters kern een andere bundel ontspringt, de vestibulo-mesencephale bundel. Wil men de in dit deel gelegen cellen tot atrophie dwingen, dan is het voldoende, dat men een steek in den hersensteel geeft, die den tractus vestibulo-mesencephalicus nabij den nucleus N. trochlearis klieft. In dat geval gaan de proximale cellen van Deiters aan de geopereerde zijde in groot aantal te niet, en blijven de oorsprongscellen voor den tractus vestibulo-spinalis ongedeerd.

Tractus vestibulo-spinalis en tractus vestibulo-mesencephalicus zijn dus stelsels, die met groote stelligheid zoowel door degeneratie-experimenten als met behulp der axipetale atrophie kunnen worden aangetoond.

Het is opmerkelijk, dat na halfzijdige doorsnijding der medulla oblongata, wanneer zij, zooals hier, de medio-dorsale afdeeling der voorstreng sparen, de groote cellen, die in den neerdalenden wortel van den N. vestibularis en in het daaraan grenzende stuk van den nucleus triangularis, worden gevonden, onveranderd blijven.

Daartegenover staat, dat elke beleediging van den zijwand der medulla oblongata, wanneer zij het corpus juxta-restiforme en deze cellen treft, gevolgd wordt door ontaarding van vezels, die dwars door den nucleus triangularis heen naar den fasciculus longitudinalis posterior gaan.

Daarin buigen zij om, loopen verder omhoog en omlaag, evenals dit werd beschreven bij de operaties (fig. 312 A), die in meer proximaal niveau de kern van Deiters treffen, maar wier vernietiging daar ter plaatse niet mogelijk is, zonder teve.ns den nucleus radicis descendentis N. vestibularis te kwetsen. Deze bundel is het, die. door Cajal (zie pag. 297) werd beschreven. In meer distale niveaux is het wel mogelijk om den neerdalenden wortel te vernielen, zonder de kern van Deiters te raken.

Naar mijne meening moet men het stelsel van transversale vezels, die uit het corpus juxta-restiforme ontspringen en zich voortzetten in den fasciculus longitudinalis posterior van beide oblongatahelften, beschouwen als een afzonderlijk stelsel, dat zooal niet geheel, dan toch voor het grootste deel, uit de kern van den radix descendens zijn oorsprong neemt.

Sluiten