Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^ an dit stelsel gaat een verbinding naar boven voor de oogspierkernen en een verbinding naar beneden voor de motorische zuil van het ruggemerg.

In het cervicale merg vindt men dus alle drie spinale reflexwegen uit' de octavuskernen, n.1. fasciculus iongitudinalis posterior, fasciculus praedorsalis en tractus vestibulo-spinalis, in een boog rondom den voorhoorn geschikt, die van af de commissura anterior tot aan het midden van de zijstreng reikt.

Van af deze commissuur vindt men, deels in het veld der pyramidevoorstreng langs de fissura ventralis, deels lateraal ervan in het midden van de voorstreng, de vezels, welke door den fasciculus Iongitudinalis worden aangevoerd. Zij zijn dus vezels, die meerendeels uit de kern van een neerdalenden vestibularis-wortel afkomstig zijn.

In ventrale richting en dan lateraal naar het midden van de voorstreng afwijkend, komen de vezels, die het ruggemerg langs den fasciculus praedorsalis bereiken. Zij zijn, zooals wij gezien hebben (p. 250) de vezels, die uit de colliculi mesencephali en uit de nuclei lemnisci naar het ruggemerg gaan.

Aan deze vezels sluiten lateraal de vezels van den tractus vestibulospinalis. Zij omgeven den voorhoorn in het buitenste derde van de voorzij-streng tot in het midden der zijstreng en zijn als in een boog daaromheen geplaatst. Zij zijn uit de cellen van Dei ter's kern afkomstig.

De drie daar bijeenliggende secundaire octavusstelsels hebben echter stellig verschillende beteekenis.

De tractus vestibulo-spinalis voorziet gelijkelijk alle segmenten, misschien de meer proximaal gelegene op grooter schaal dan de meer distaal gelegene. Maar aan de zwellingen staat zij minder vezels af dan de cervikale en thoracale segmenten. Om die reden achten wij de vezels, door dien bundel aangevoerd, bestemd voor de medullaire centra der hals- en rompmusculatuur (mediale celgroepcn).

De fasciculus dorsalis en praedorsalis gaan voor het grootste deel naaide zwellingen. Om die reden achten wij die vezels bestemd voor de medullaire centra der extremiteiten-musculatuur.

Wij hebben evenwel gezien (deel I, fig. 30, p. 67 en fig. 132, p. 252), dat deze twee lengtebundels zoodanig door de medulla oblongata loopen,' dat bij degeneratie de vezels die uit de meest proximale niveaux afkomstig zijn, steeds meer ventraal komen te liggen, naarmate zij meer distale niveaux bereiken.

Dit geldt ook voor hun plaats in het ruggemerg, waar men al die vezels wel samenvat met den naam van fasciculus sulco-marginalis of fasciculus tecto-spinalis. De vezels uit den fasciculus praedorsalis liggen ventraal en i eiken niet veel verder dan de halszwelling, die van den fasciculus dorsalis reiken verder ook tot aan de lendenzwelling.

1 en slotte sluit aan deze drie bundels de fasciculus rubro-spinalis, over wier beteekenis straks gesproken zal worden.

Winkler II. on

Sluiten