Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langs mediale fibrae tegniento-cerebellares door den nncleus triangularis uitgezonden, worden in die kernen opgevangen.

Door den haakbundel verlaten efferente vezels die kernen en verbinden hen met de uitvoerende kernen van het vestibularis-systeem, met den nucleus Deiters en den nucleus radicis descendentis.

Dit cerebellaire nevenstelsel van het octavus-systeem vertoont een groote analogie met het soortgelijk stelsel, dat wij bij de laterale kernen dezer zenuw hebben besproken en hier weder ontmoeten, want vezels uit het dorso-proximale deel van den nucleus ventralis N. VIII zoeken ook de cerebellaire kernen, vooral de laterale kernen, zoowel naar de gelijkzijdige als naar de gekruiste.

Bovendien echter gaan uit den n. triangularis, langs laterale fibrae perforantes vezels naar den nucleus globosus en den nucleus emboliformis.

Uit deze cerebellaire kernen komen evenwel ook efferente vezels voort. Zij voorzien de proximale mantelafdeeling der nuclei olivares superiores, en zijn bijv. in fig. 314 gedegenereerd.

Eindelijk is er nog een derde stelsel van soortgelijken aard, dat eenigszins meer samengesteld is.

Bij alle experimenten, die door cerebelli-petale degeneratie der fibrae perforantes worden gevolgd, valt het op, dat de lateraal gelegen nucleus dentatus, zeer weinig ontaarde vezels opneemt.

Daarentegen roepen experimenten, door welke de nucleus dentatus vernield of het brachium conjunctivum doorsneden wordt, steeds een cerebello-fugale degeneratie te weeg in het brachium conjunctivum.

De gevolgen van zulk een experiment zijn weergegeven in fig. 315.

Dit is 'een zeer leerzaam experiment, omdat bij de poging tot doorsnijding van het brachium conjunctivum cerebelli der linker zijde, tevens de gelijkzijdige kernen der kleine hersenen geraakt zijn. De snede treft — in vlakken, die meer dorsaal en meer distaal gelegen zijn — de linker cerebellaire kernen, terwijl in vlakken, die meer ventraal en proximaal zijn te vinden, de bindarm is gekliefd, waarbij ook het corpus juxta-restiforme is beleedigd. Na 14 dagen zijn er bij dit volwassen konijn een aantal degeneraties gevolgd, van welke er twee hier voor ons belangrijk zijn.

In fig. 315 A ziet men de vrij breede wonde bij x., die te dezer plaatse in hoofdzaak het corpus juxta-restiforme treft. De verwonding der kleine hersenkernen vindt men in een snede in hooger niveau der horizontale serie. De bindarm is volkomen gekliefd in sneden, welke tusschen 315 A en B zijn gelegen.

Opmerkelijk is het nu, dat de gelijkzijdige bindarm, die in een meer ventraal vlak is doorsneden, dan de in fig. 315 A geteekende coupe, niet in cerebellaire richting is ontaard. Evenmin is dit met den haakbundel het geval. Aan de zijde der wonde degenereert alleen de tractus-spino-cerebellaris ventralis en wel, zooals ons reeds bekend is, naar de kleine hersenen toe. Daarentegen ontaardt als gevolg van de beleediging der cerebellaire

Sluiten