Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kernen in een meer dorsaal vlak, aan de gekruiste zijde de haakbundel in cerebelli-fugale richting.

Deze afbeelding leent zich bizonder goed, om over de plaatsing van den tractus spino-cerebellaris ventralis en van den fasciculus uncinatus in horizontale sneden een oordeel te vellen. Links gaat de eerstgenoemde als een gedegenereerde bundel naar het cerebellum toe. Rechts ontleent de haakbundel zijn cerebellofugaal gedegenereerde vezels aan de linkszijdige mediale cerebellaire kernen.

Van meer belang is voor ons thans fig. 315 B. De laatste rest der verwonding is lateraal van de motorische trigeminuskern zichtbaar en het ligt voor de hand, dat een zoo omvangrijke verwonding meer dan een systeem tot ontaarding heeft gebracht.

De beleediging van het corpus juxta-restiforme brengt met zich, dat de straks beschreven systemen uit de kern van Deiters en uit den nucleus radicis descendentis ontaarden. In de snede worden dus de vezels zichtbaar, die eerst mediaal loopen en daarna in beide fasciculi longitudinalis posteriores in proximale en distale richting verder gaan (fig. 315 B, f. 1. p.).

Hier is het echter te doen om de degeneratie in het brachium conjunctivuni cerebelli, dat in meer dorsaal vallende sneden zichtbaar was, als een rond veld met dwars getroffen gedegenereerde vezels. In de hier geteekende sneden duiken de gedegenereerde vezels uit dit veld op, even proximaal en mediaal van den lemniscus lateralis. Dan worden zij overlangs getroffen, loopen naar de middellijn, kruisen daar met het niet ontaarde brachium der andere zijde en zetten dan hun loop in de lengteas in proximale richting voort.

Allereerst bereiken zij de roode kern (fig. 315 B n. rub.), in wier grootcellige afdeeling een groot aantal vezels blijven. Maar een aantal der vezels loopt verder door naar den nucleus medialis en naar den nucleus ventralis thalami optici (fig. 315 B). De eerste bundel naar de roode kern is belangrijk, omdat hij in de grootcellige afdeeling blijft.

De groote cellen, in dikke balken grijze stof gelegen, welke de pars magno-cellularis der roode kern samenstellen, zenden hun axonen via de ventrale kruising van het tegmentum (fig. 316 d. v. t.) of de kruising van Forel naar de overzijde.

Zij vereenigen zich na hun kruising tot een bundel, een tractus rubrospinalis, die reeds vroeger (Deel I, fig. 132, p. 253) werd beschreven. Daar werd er toen tevens opmerkzaam op gemaakt, dat, wanneer de medulla oblongata halfzijdig wordt doorsneden, de gekruiste pars magno-cellularis nuclei rubri alle groote cellen verliest.

Dit door van Monakow het eerst vastgestelde feit, is in fig. 316 geteekend. Het is ontleend aan hetzelfde konijn, dat in fig. 313 ter demonstratie der axipetale atropine van den gelijkzijdigen tractus vestibulo-spinalis werd gebruikt. Want het gevolg eener hemisectio der medulla oblongata

Sluiten