Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(fig. 313 A) is niet alleen het te niet gaan der groote cellen in de gelijkzijdige kern van Deiters, maar ook het verdwijnen der groote cellen in de gekruiste roode kern (fig. 316), en van hun axonen, die in Forel's kruising overgaan.

De analogie tusschen deze twee kernen, spreekt door hun verhouding tegenover de axipetale atrophie hunner uitvoerbanen reeds zeer duidelijk.

Maar ook de uitvoerbanen zelf hebben vele punten van overeenkomst.

Wel dringt de rubro-spinale bundel niet zoover distaalwaarts in het ruggemerg door als de Deitero-spinale bundel. Iiij eindigt ter hoogte van de lumbale zwelling.

Maar toch gedraagt hij zich in menig opzicht als deze. Aan de kernen der medulla oblongata geeft hij geen vezels af, want alle groote cellen in de roode kern verdwijnen, als de rubro-spinale bundel onder de medulla oblongata wordt doorsneden.

Aan de opeenvolgende ruggemergs-segmenten staat de rubro-spinale bundel regelmatig vezels af, en wel zoo, dat de meer proximale segmenten de meeste vezels ontvangen en dat er geen voorkeur bestaat om de segmenten de zwellingen ruimer te bedeelen, dan de anderen.

Ook in dit opzicht komen Deitero-spinale bundel en rubro-spinale bundel met elkander overeen en komen zij in tegenstelling met den praedorsalen bundel en met den fasciculus longitudinalis posterior, die juist aan de segmenten der zwellingen zeer veel vezels afstaan.

Tevens wordt door dit -alles eenig licht geworpen op de beteekenis der cerebellaire kernen. Zij ontleenen hun aanvoerende vezels in de eerste plaats langs fibrae perforantes corporis juxtarestiformis van den nucleus triangularis, maar ook de nucleus ventralis N. VIII en meer bepaald de dorsoproximale afdeeling dezer kern zendt er vezels heen.

De mediale kernen — vooral de nucleus fastigii — zendt in proximale richting een zich in de raphe van het cerebellum-merg kruisenden bundel naar den bindarm, die onder den naam van haakbundel bekend is en het brachium conjunctivum weer verlaat om in distale richting terug te loopen naar den nucleus Deiters en den nucleus radicis descendentis der tegenoverliggende zijde.

De laterale kern — de nucleus dentatus — zendt eveneens in proximale richting een zich met den bindarm kruisenden bundel naar de tegengestelde grootcellige roode kern.

De in het midden geplaatste kernen — nucleus emboliformis en nucleus globosus — zenden eveneens door de raphe van het cerebellaire merg zich kruisende vezels, die door de fibrae perforantes in cerebello-fugale richting terugloopen naar den mantel der bovenste olijfkernen.

De cerebellaire kernen vormen dus middelpunten van nieuwe, meer gecompliceerde reflexstelsels, die boven op de meer eenvoudige reflexstelsels van het octavus-systeem zijn geplaatst.

Daarmee is niet gezegd, dat zij uitsluitend door aanvoerende secun-

Sluiten