Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daire octavus-vezels worden gevoed. In hoofdzaak is de tegenstelling tüssclien de vezels uit de area ovalis corporis restiformis (tractus spinocerebellaris dorsalis, olivo-cerebellaire banen etc.) en die uit het corpus juxta-restiforme deze, dat de eersten, evenals die van den tractus spinocerebellaris ventralis naar de cortex cerebelli van den worm gaan en de laatsten de nuclei cerebelli opzoeken.

Toch kan de mogelijkheid niet ontkend worden, dat de eersten, als zij langs de kernen strijken er enkele vezels in achterlaten en dat er van de laatstgenoemden door de kernen heen, ook enkelen tot aan de schors doordringen.

De hoofdzakelijke tegenstelling echter blijft. Secundaire stelsels &der achterwortels van het ruggemerg bereiken langs de spino-cerebellaire wegen de schors der kleine hersenen, terwijl de cerebellaire kernen ontvangstations voor secundaire octavusstelsels zijn.

De verwerking van octavus-reflexen vindt in de cerebellaire kernen plaats, die van proprio-receptieve reflexen in de schors der kleine hersenen. Maar de onafhankelijkheid dezer twee stelsels is relatief, niet absoluut,

De anatomische voorstellingen over de primaire octavuskernen en de daarbij behoorende secundaire octavusstelsels, in de voorafgaande paragraaf gege\ en, trachten voeling te houden met de physiologische opvattingen over dit merkwaardige zenuwstelsel en rekening te houden met de eischen der kliniek.

Het is daarom gewenscht aan het slot ervan nogmaals de resultaten samen te vatten.

1. Ofschoon men gewoon is bij de beschrijving van het zenuwstelsel van den X. octavus een scherpe onderscheiding te maken tusschen dat van den N. cochlearis, waaraan men de gehoorsfunctie pleegt op te dragen en dat van den N. vestibularis, waaraan de regulatie van het evenwicht wordt toevertrouwd, heb ik gemeend, die onderscheiding hier niet te mogen volgen.

Naar mijne meening is zij onjuist en heeft zij meer verwarring gesticht dan klaarheid gebracht in de beoordeeling van het samengestelde geheel.

Het sterkst komt de verwarring voor den dag, omdat zij de mogelijkheid buitensluit, rekening te houden met reflexbanen in den octavus-mesencephalen weg, die uit de ventrale octavuskern (cochlearis-kern) ontspringt.

In den heerschenden gedachtengang geldt die weg zonder meer als projectiebaan voor het hooren en er wordt dan geen beteekenis gehecht aan de in dien weg tusschengevoegde kernen.

Want zoolang men aanneemt, dat de N. cochlearis niet anders aanvoert, dan vezels uit de cochlea, is men gedwongen om alle secundaire wegen, e uit bet tuberculum acusticum en nucleus ventralis N. VIII ontspringen, beschikbaar te stellen voor de voortleiding van cochlea-impulsen. Dit is naar mijn meening, niet juist.

In de voorafgaande paragrafen is beproefd een andere voorstelling ingang te doen vinden.

Sluiten