Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Behalve de koudwater-nystagmus neemt men onmiddellijk na de inspuiting van het koude water afwijking in richting der bewogen extremiteiten waar, in dier voege, dat op de gelijkzijdige de tonus der buigspieren op de tegengestelde die der strekspieren overweegt. De in een vertikaal vlak van beneden naar boven toe bewogen armen, wijken tijdens hun beweging min of meer belangrijk af in bepaalde richting naar het niet geïrriteerde oor toe (Barany's wijsproef).

Na injectie met warm water in den uitwendigen gehoorgang ontstaat nystagmus met de snelle componente naar het geïrriteerde oor toe.

Alle van de booggangen afhankelijke reflectorische bewegingen worden bij het konijn zonder cerebellum gemakkelijk opgewekt, zelfs als het tevens van prosencephalon en thalamencephalon is beroofd. Magnus en de Kleyn, die hiervan het experimenteele bewijs voerden, stellen dus aan de anatomie een bepaalden physiologischen eisch. De anatomie behoort de mogelijke wegen aan te wijzen, langs welke de labyrinth-reflexen zich kunnen afspelen bij een wezen, dat alleen een mesencephalon bezit. De anatomische gegevens dekken zich echter vrijwel met dien eisch. Want bijna alle, uit de primaire kernen ontsprongen octavus-banen blijven inderdaad in den hersenstam en, behoudens de projectie-baan voor het hooren, eindigen zij in kernen, die in of distaal van het mesencephalon zijn gelegen. Zelfs kan zoolang de kern van Deiters door de operatie ongeschonden blijft en de vestibulo-spinale baan nog functioneert, het dier zonder mesencephalon de draaibeweging nog met een tegenbeweging van het hoofd, door inwerking op de halsmusculatuur beantwoorden.

5. De N. octavus zendt geen vezels naar de kleine hersenen (fig. 320). Althans niet bij de hoogere zoogdieren. Van de primaire octavus-kernen echter gaan vrij stevige vezelsystemen naar de kernen van het cerebellum. De dorso-proximale afdeeling van den nucleus ventralis N. VIII zendt er een bundel heen. Veel sterker zijn twee bundels, de fibrae perforantes mediales en laterales, die uit den nucleus triangularis komen. In fig. 320 zijn de cerebellaire verbindingen van het octavusstelsel in schema gebracht.

De nuclei cerebelli, die aldus vezels uit primaire octavuskernen ontvangen, zenden een drietal bundels uit, die indirect tot het octavus-stelsel behooren en die in schema 320 zwart zijn geteekend. Deze bundels zijn:

a. Een bundel naar het proximale gedeelte van den vezelmantel der nuclei olivares superiores. Hij vindt een plaats in de fibrae perforantes corporis juxtarestiformis.

b. De haakbundel, die den nucleus fastigii met den gekruisten nucleus Deiters en met dien van den neerdalenden octavus-wortel verbindt.

c. Een bundel in het brachium conjunctivum cerebelli, die uit meer dan een systeem beslaat en wel

«. een bundel naar de grootcellige afdeeling van de gekruiste roode kern. Daaruit ontspringt echter de rubro-spinale bundel, die terngkruist en de motorische afdeeling der gekruiste ruggemergshelft op soortgelijke wijze

Sluiten