Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar de door ons aangelegde proximale grenssnede midden door de roode kern heen gaat, valt de bindarmkruising geheel in het bereik van het mesencephalon. Bindarm, kruising en roode kern zijn echter bij menschen .veel machtiger dan bij konijnen en katten. Een blik op de talrijke figuren van konijnenhersenen met dwars doorsneden bindarm (fig. 282, B enz.) met die van den mensch (fig. 206, 302) of op fig. 315, waar hij op een horizontale snede bij een konijn gedegenereerd is afgebeeld, maakt dit zonder meer duidelijk.

Bovendien echter bevat het mesencephalon de oorsprongsgebieden van den N. trochlearis en van den N. oculomotorius.

Alle distale doorsneden, dat wil zeggen, doorsneden, die den achtersten heuvel van het mesencephalon treffen gaan door den nucleus of door de wortelvezels van den N. IV, naarmate zij meer of minder ver proximaal vallen. De oorsprongskern dezer zenuw ligt in de substantia grisea centralis onder het proximale eind van den colliculus posterior (fig. 323, n. N. IV) mediaal omvat door den fasciculus longitudinalis posterior, ventro-lateraal door den tractus vestibulo-mesencephalicus. De groote wortelcellen dezer kern richten hun axonen naar haar lateralen pool.

Zij bekleeden zich dicht bij de cel met merg en loopen dan als wortelvezels ten deele door de kern heen, ten deele vormen zij een laag dorsale vezels op de kern, die haar van de substantia grisea centralis afscheidt.

Deze wortelvezels verzamelen zich tot een aan den lateralen pool aanhangend worteltje. Dit slaat, nadat het van de kern is los gekomen, een dorso-distale richting in, langs den lateralen rand der substantia grisea centralis. Elk volgend worteltje volgt dienzelfden weg. Zij passeeren op dien weg den mesencephalen trigeminuswortel, ontvangen daaruit autonome vezels, totdat zij zich bij het velum medullare anticum vereenigen tot den N. trochlearis, welke zich in het velum met die der andere zijde kruist (fig. 206, 303).

De N. trochlearis slaat zich dan om den distalen rand van den achtersten heuvel en verder om den hersensteel in dorso-ventro-proximale richting en de zeer lange zenuw bereikt de orbita door de fissura orbitalis superior.

De proximale sneden door het mesencephalon, d. w. z. die, welke den voorsten heuvel treffen, gaan door de oorsprongskernen van den N. oculomotorius (Deel I, fig. 24, fig. 331) waarvan de wortelvezels bij hun naar buiten gaan de roode kern in sierlijke bogen deels doorkruisen, deels omvatten.

Voor de studie van den achtersten heuvel, die ons thans moet bezig houden, leenen zich de dwarse doorsneden door het distale einde van het mesencephalon bizonder goed. Ook hier vangen wij de beschrijving van het corpus quadrigeminum posticum weder aan met die van het konijn.

In een vezelpraeparaat (fig. 322 A—C) doet zich dit ganglion bij het konijn voor als een uiterst vezelrijk orgaan. Het ontleent dien rijkdom aan

Sluiten