Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze in- en uitgaande vezels zijn in het ganglion reeds zichtbaar als een gesloten vezelbundel, die naar den hilus streeft en het ganglion in tweeën deelt, in een dorsale en in een ventrale helft. Die bundel scheidt alleen het mediale gedeelte van het ganglion in twee deelen, want hij loopt niet door tot aan den lateralen vezelmantel. Halverwege gekomen wendt hij zich ventraal, convergeert met de laterale vezellaag en bereikt den vezelmantel van het ganglion, in het ventrale gedeelte er van.

Door den loop dezer vezels worden in het vezelpraeparaat van het corpus geniculatum mediale drie kernen zichtbaar.

a. de ventrale kern, die overal scherp van de beide volgende is afgescheiden.

b. de dorsale kern, die slechts in het mediale gedeelte scherp van de ventrale is onderscheiden, maar lateraal geleidelijk overgaat in

c. de randkern.

Neemt men den colliculus posterior mesencephali bij het pasgeboren konijn weg (fig. 327) dan verdwijnt het brachium posticum geheel. Daarmee gaan ook de vezels te niet, die het corpus geniculatum mediale lateroventro-mediaal omvatten. De hilus wordt vezelarm. Evenzoo de pedunculus corporis geniculati medialis, die de vezels verliest, welke zich uit den achtersten heuvel aan de geniculo-corticale straling aansluiten.

In het mediale ganglion wordt de scheiding tusschen de kernen minder duidelijk. Het verliest veel vezels. De cellen daarin komen dichter bijeen, maar veranderen niet.

Daarentegen blijft in zulke gevallen de vezellaag, die de dorsale zijde van het corpus geniculatum mediale bedekt, ongedeerd.

Men ziet al in het normale vezelpraeparaat die vezels naar de dorsale kern afwijken. Maar ook ziet men, dat zoowel vezels uit de dorsale als uit de ventrale kern in den scheidingsbundel overgaan en zich naar den hilus richten. Daar aangekomen slaan zij in dorsale richting om en komen in de dorsale mantelafdeeling. Het corpus geniculatum mediale staat dus in ruime verbinding met de radiatio'optica. Vezels daaruit kunnen er direct of via den hilus in overgaan.

In den dorsalen mantel ligt bij het konijn (fig. 826) de commissura Gudden, die vanaf den achtersten heuvel, naarmate men meer proximaalwaarts komt, hoe langer hoe scherper zich afteekent. Deze commissuur ontspringt dan ook met twee armen, le den straks beschreven bundel uit den achtersten heuvel en 2® de vezels uit het corpus geniculatum mediale, en wel voornamelijk uit de randkern. Deze zendt de meeste vezels naar de commissura Gudden, waarop wij zoo aanstonds (fig. 328 B) zullen terugkomen.

Het celpraeparaat van het corpus geniculatum mediale geeft bij het konijn een veel beter inzicht in den bouw der verschillende kernen, dan het vezelpraeparaat.

De ventrale kern is -opgebouwd uit kleine veelhoekige cellen, die in

Sluiten