Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In fig. 329 A bijv. de afbeelding van een betrekkelijk ver distaalwaarts vallende snede, ziet men in de radiatio optica, een kern, die als een wig met basaal waar ts gerichte punt, tusschen het laterale en mediale ganglion is ingeschoven. In celpraeparaten doet die kern zich kennen, opgebouwd uit slanke, driehoekige of veelhoekige cellen, wier grootte echter niet zoo in het oogvallend verschilt van de grootte der cellen, die in het uitpuilend gedeelte worden waargenomen. Daar ziet men hen echter meestal in groepjes van twee of meer bijeen liggen.

Men zal dus bij menschen veeleer van een laterale en een mediale kern van het corpus geniculatum mediale mogen spreken dan van een dorsale en een ventrale.

De plaats der laterale kern in de radiatio optica wijst er echter op, dat zij met de dorsale van het konijn overeenstemt, zoo goed als de mediale uitpuilende kern homoloog is met die, welke bij het konijn als kleincellige ventrale kern beschreven is.

Fig- 329 A geeft dus een overzicht van de. wijze, waarop de geniculocorticale stralingen in de retro-lenticulaire afdeeling der capsula interna en in het mergveld van Wernicke opeengestapeld zijn.

Het verst distaal en ventraal ligt de straling naar de mediale en asale vlakte van de achterhoofdskwab, proximaal en dorsaal volgt die naar de laterale oppervlakte van den lobus occipitalis en naar het overgangsgebied van de occipitale in de temporale kwab.

Dan volgt weer meer dorsaal en proximaal de geniculo-temporale straling en nog meer proximaal komt de straling naar het overgangsgebied in de wandkwab, de geniculo-parietale straling.

De schorsvelden, waarheen de beide corpora geniculata hun vezels zenden, grijpen voor een deel over elkander heen. Dit blijkt al Uit het schema, dat in fig. 62 van Deel I werd weergegeven. Dat is ook de reden, waarom een totale atrophie van het corpus geniculatum mediale, naar mijne ervaring, nimmer wordt waargenomen, zonder dat ook het corpus^ geniculatum laterale gedeeltelijk — in het kopgedeelte — aan die atrophie deelneemt.

Uit al het voorafgaande blijkt, dat langs den pedunculus corporis geniculati medialis en langs de radiatio optica vezels naar de schors gaan, die uit den achtersten heuvel van het mesencephalon en uit het corpus geniculatum mediale komen. Zij gaan naar de slaapkwab en naar het overgangsgebied tusschen slaapkwab, achterhoofdskwab en wandkwab.

Dit resultaat, verkregen door de vergelijking der pathologische degeneraties bij verschillende hersenhaarden, kan men weer toetsen aan hetgeen de ontwikkeling van het merg in de hemisphaer gedurende het eerste levensjaar ons leert.

Wat wij daar zien is met de boven beschreven feiten geheel in overeenstemming. Om dit te verduidelijken is in fig. 330 de dwarse doorsnede

Sluiten