Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den aquaeductus Syl vii, die door een breede strook grijze stof, de substantia grisea centralis, wordt omringd. Daarin ligt ventraal de nucleus N. III; lateraal scheidt de radix mesencephalica N. V haar van den voorsten heuvel af.

De fasciculus longitudinalis posterior, die zijn vezels geleidelijk aan de hooge oogspierkernen heeft afgegeven en dus veel kleiner is geworden, is tevens de bundel die de substantia grisea centralis aan de ventrale zijde tegen het tegmentum begrenst.

Uit den colliculus anterior ontspringen uit den medio-ventralen rand vezels, die langs den rand der substantia grisea centralis heen, als boogvezels door het dorsale tegmentum loopen. Deze fontaine-vezeis zooals Meijnert ze noemde, kruisen de raphe in haar dorsale afdeeling. Vlak onder den fasciculus longitudinalis posterior vormen zij de decussatio dorsalis tegmenti pedunculi of de kruising van Meijnert. Uit de kruisende vezels vormt zich dan, zooals ons reeds bekend is, de fasciculus praedorsalis.

Tegen den dorso-medialen rand van het zeer vezelrijke kernveld voor den nucleus ruber, vindt men den fasciculus retroflexus of Meijnert's bundel, een vezelstreng van het ganglion habenulae naar het ganglion interpedunculare, ons eveneens bekend.

Nog meer ventraal maken zich uit het veld van de roode kern, vezels los, die zich in de ventrale afdeeling der raphe kruisen. Zij vormen de decussatio ventralis tegmenti pedunculi of de kruising van Forel. Met deze vezels loopen, onder anderen, de vezels van den tractus rubrospinalis. Bij dieren is dit een stevige bundel. Bij menschen is de verbinding met het ruggemerg tot enkele vezels gereduceerd.

In de hier afgebeelde snede wordt de kruising van Forel gevormd door vezels, welke in de formatio reticularis van de Varolsbrug en de medulla oblongata blijven Men kan die vezels de rubro-reticulaire wegen noemen.

Lateraal in het tegmentum vindt men den lemniscus, als het veld van eigenaardige haakvormige gedaante. Het werd reeds beschreven evenals het brachium posticum dat boven op den lemniscus ligt. Thans evenwel is de pars ventralis pedunculi het veld, dat onderzocht moet worden. Het wordt gevormd door een stevige laag vezels, welke hier, omdat zij ongeveer de lengte-as, aan de ventrale oppervlakte gelegen, volgen, meerendeels dwars getroffen worden. Met elkander vormen zij den pes pedunculi cerebri in engeren zin of de voet van den hersensteel.

De substantia nigra, die eveneens tot de ventrale afdeeling van den hersensteel behoort, scheidt den pes pedunculi van het tegmentum pedunculi.

Deze vezellaag bestaat uit een aantal centrifugale stelsels, afkomstig uit de hersenschors. Centripetale komen daarin, naar mijne stellige overtuiging, niet voor. Bij het kind van één jaar, waaraan deze doorsnede is ontleend, is de pes pedunculi reeds vrij volkomen gemyeliniseerd.

Dit is het geval niet bij het pasgeboren kind. Dan missen de vezels van den pes pedunculi nog het zenuwmerg. Van daaruit zet zich een deel

Sluiten