Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

posticum (fig. 336) en in de geniculo-corticale stralingen (fig. 329 C), al duurt het gewoonlijk langer eer de volledige atrophie bereikt is.

Maar daarnaast staan andere argumenten. Vooreerst vindt men als gevolg van versche haarden, in de daarbij behoorende bundels snel een intensieve M a r c h i -degeneratie. In de tweede plaats is de tijdsorde der mergontwikkeling der vezels in den pes pedunculi beter te rijmen met hun cortico-fugale beteekenis. Dat de pyramide-bundel daarin het eerst merg krijgt, werd reeds vermeld, dan volgen de parietale, de temporale en eindelijk de frontale ponsbundels.

Daarbij komt echter nog een bizonderheid. Terwijl Charcot nog meende, dat in den lateraalsten bundel in den pes pedunculi een centripetale weg was, hebben na hem Bechterew, Zacher, Jelgersma, Kam, Timmer en anderen overeenstemmend aangetoond, dat hij na haarden in den slaapkwab snel in centrifugale richting degenereert.

Niet alle vezels van den lateralen bundel, gaan over in de laterale veldjes van den pes pedunculi zoodra hij in den bruggearm komt. Een klein aantal der meest lateraal geplaatste vezels, slaan zich, vlak bij den overgang van den hersensteel in den pons Varoli, om den hersensteel heen en komen in de Varolsbrug mediaal van den fronto-pontinen bundel te liggen. Fransche schrijvers hebben van dezen bundel gesproken onder den naam van „ faisceau en écharpe".

Dan scheidt dit vezelbundeltje zich spoedig af van het massief der vezels in den pes pedunculi en neemt als meest medialen bundel in den lemniscuslaag plaats. Me ij nert ontmoette hem daar en gaf hem den naam van „Bundel vom Fusz zur Haube".

Met den temporo-pontinen bundel verdwijnt ook de bundel „vom Fusz zur Haube". Dan echter kan men door vergelijking met de normale zijde gemakkelijk vaststellen, dat hij niet lang in den lemniscus blijft. Hij ligt boven op de dorsale kern der ventrale bruggeafdeeling en geeft daaraan vezels af, zoodat de normale lemniscus zeer spoedig het surplus aan mediale vezels, dat aan den „Bundel van Fusz zur Haube" beantwoordde, weer verliest. Tevens wordt hierdoor verstaanbaar, wanneer beschreven wordt, dat de meest laterale en de meest mediale vezels in den pes pedunculi, het laatste van alle vezels myeliniseeren.

Met behulp van de atrophie-methode zijn de verschillende vezelvelden ook in den pons Varoli nog goed te onderkennen. De temporo-pontine bundel blijft de laterale (behoudens dan de „faisceau en écharpe"), later de latero-dorsale vezelvelden in beslag nemen, de fronto-pontine bundel neemt in de mediale, later in de medio-dorsale veldjes plaats, de parieto-pontine bundel zoekt de ventrale, later de ventro-laterale veldjes. Maar al deze stelsels blijven in den pons Varoli. Slechts de pyramide-bundel passeert de Varolsbrug en volgt verder den ons bekenden weg.

Het moet dus van belang zijn om na te gaan, hoe de verhouding is tusschen de cortico-pontine stelsels en de kernen in de ventrale ponsformatie.

Sluiten